Het Ugly Realism

Deze uiteindelijke, eens men zich neergelegd heeft bij het principe dat kunst abstract kan zijn, te mooie kunst had ondertussen nochtans een variant gekregen waarin de vraag naar het onderscheid tussen het schone en het lelijke op zijn scherpst gesteld werd. Cy Twombly (1928) bekladt grote doeken niet met mooie kleurvlekken, zoals Pollock, maar met vieze kribbels en krabbels en vege vlekken, zoals deze waartegen generaties schoolmeesters gestreden hebben om ze uit de schoolschriften te bannen. Dit soort uitvergrote kattebelletjes is niet meer de vastlegging van het zielsleven of de uitdrukking van de allerindividueelste emotie, zoals bij Pollock, maar een anoniem handschrift dat aan om het even wie kan toegeschreven worden. Tekens, losgeslagen van hun vaste verwijzingen naar enige betekenis, blijven verweesd op het doek achter. Maar wat blijkt? De als lege hulzen achtergebleven sporen van de hand zijn eigenlijk mooi, hoewel ze feitelijk lelijk zijn. Daarenboven staan ze open voor de toeschouwer, die ze met zijn eigen emoties kan invullen.

De verwijzing van Twombly naar het handschrift, niet als schoonschrift maar als alledaagse bezigheid, legt ook een link met de pop-art. Deze terugkeer naar het figuratieve was zelf ook een reactie op de te zuivere ab­stracte kunst. De meest symbolische daad in dit verband is wel de “Erased De Kooning Drawing” (1953). Robert Rauschenberg (1925), een van de peetvaders van de Amerikaanse pop-art heeft zich de tekening van Willem De Kooning (1904-1997), een van de belangrijkste figuren van het abstracte expressionisme, toegeëigend door ze uit te gummen. De, op de gumsporen na, verdwenen De Kooning is bij ommekeer een Rauschenberg geworden. Zo was de weg vrij om de banale buitenwereld binnen de muren van de kunst te krijgen. Een wel zeer sterke tegenstelling tot het abstract expressionisme voor wie de autonomie erin bestond dat de kleurvariaties, aangebracht op de ritmes van de gebaren van de schilders, volstonden. Deze vastlegging van de gevoelswereld werd vervangen door een wereld waarin de kenmerken van de alledaagsheid primeerden: koel en zelfs vulgair. De thema’s zijn verbonden aan de weinig poëtische behoeften van de doorsnee-mens: seks zonder erotiek, voedsel zonder gastronomie, geweld zonder pardon, interieurs zonder huisstylist, toerisme zonder cultuurgevoeligheid en de publiciteitswereld als de verborgen verleider.

Meer lezen over dit onderwerp

Comments are closed.