Jan Cox (1919-1980)

Jan Cox was een intellectueel, geen intellectualist. De intellectueel sluit eerder aan bij wat Noam Chomsky een ‘wereldlijk priesterschap’ genoemd heeft, een herderlijk verantwoordelijkheidsgevoel voor de mensheid, de natuur en de wereld. De intellectueel is ook bijzonder verknocht aan rechtvaardigheid en aan de waarheid. De recente relativering van het waarheidsbegrip doet hieraan geen afbreuk. Ze belet immers niet dat er georganiseerde leugens bestaan. Deze intellectueel past goed in de taak die vaak aan de filosofie toebedeeld wordt, nl. kritisch zijn, waakzaam voor wat misgaat in de wereld. Hij is ook de vrijgeest van Nietzsche. Sommige kunstenaars, ook de niet-verbale, hebben die houding van collectieve verantwoordelijkheid aangenomen. Jan Cox is een toonbeeld van een dergelijke intellectueel. Hij werd in zijn omgeving ook als dusdanig erkend. Zijn oorlogsverzet was niet enkel een opstand, maar ook  een diep medeleven met de slachtoffers van deze onmenselijke of al te menselijke gruwel. Zijn angst en afkeer voor elk fascistische opflakkering heeft hem nooit verlaten. Hij verliet in 1980 liever het leven, even consequent als Socrates.

      Weinig kunstenaars houden eraan ingedeeld te worden in een stroming tenzij ze er de bron van zijn. Sinds de semiotici ons geleerd hebben dat de afwezigheid ook betekenis voortbrengt, weten we dat, hoewel er veel oninteressante betekenissen geproduceerd worden, de categorie van de ‘betekenisloosheid’ niet bestaat. Hetzelfde geldt voor de stijl, als ik hier dat oude woord nog mag gebruiken. Geen enkele kunstenaar kan zich onttrekken aan een categorie die gevormd wordt door de vaststelling van een aantal herhaalde kenmerken, die gesitueerd worden ten opzichte van wat al dan niet reeds bestond. Een naam is vlug gevonden, hoe ongelukkig gekozen vaak ook. Deze bewering neemt niet weg dat ik het steeds moeilijk gehad heb om Jan Cox te plaatsen.

             Ik doe dus maar zoals iedereen en deel hem graag in bij de stromingen waar hij contacten mee had. Eerst bij de Jeune Peinture Belge. De leden van de ‘groep’ van de Jonge Belgische Schilderkunst waren verdeeld tussen de keuze voor de abstractie of voor het sociaal realisme. Jan Cox was in geen enkele van beide oplossingen geïnteresseerd. Hij was in 1948 dan ook een van de voorstanders om er mee op te houden. Voor totale abstractie was hij teveel met de mens begaan. Partieel komen abstracte motieven de plastische kracht ten goede. Voor het sociaalrealisme geloofde hij te weinig in de mogelijkheden van een ideologie om de maatschappij te verbeteren. Een intellectueel vecht niet op de barricades.

Meer lezen over dit onderwerp 

Comments are closed.