Luc Hoenraet (1941- )

Na de pioniers van de informele materiekunst van juist na WO II werden deze nieuwe esthetische principes verder aangewend door jongere generaties, zo bijvoorbeeld Luc Hoenraet. “The medium ‘is’ the painting” is geen parafrase van de beroemde uitspraak van Mc Luhan dat het medium de boodschap is. Het is een kerngedachte van Michael Parsons in zijn boek How we understand art. Hierin zet hij de ontwikkelingsfasen uiteen die mensen doorlopen bij het begrijpen van kunst. Het inzicht in het medium zelf is volgens deze auteur reeds een vergevorderd stadium. Dit verklaart het onbegrip van het grote publiek voor materiekunst.

Het ongeoefende oog ziet in het voorstellingsloze vlak slechts dode materie, bevlekt met dat-kan-ik-ook-krabbels. Het is een grote miskenning, niet alleen van de kunst maar ook van de gehele cultuur en zelfs natuur, m.a.w. van de wereld zelf dus. Deze wereldminachting vindt zijn grond niet in de wereld zelf, maar in de beschouwing erover die bepaald wordt door een positief-negatief indelingsdenken: goed en kwaad, mooi en lelijk, proper en vuil, nut en niets-nut, kruid en onkruid, dier en ondier, weer en onweer, mens en onmens, orde en wanorde, constructie en ruïne. In de werkelijkheid bestaan dergelijke indelingen niet, ze zijn cultuurgebonden. Dit soort cultureel muilbanden getuigt van een gedroogkuist denken, waarbij wat buiten de marge valt verworpen wordt. Muren dienen witgekalkt te zijn of glad gestukadoord. Afbladdering, wakke vlekken, bemossing, erosie, barsten, graffiti zijn schadelijke verstoorders van het netvlies.

Het is precies die enge kijk waartegen kunstenaars als Hoenraet en zijn Spaanse oudere geestesgenoot, Tàpies, zich verzetten. Zij bevrijden de blik van het droogkuisdenken en de visuele smetangst. In hun werken wordt dode materie levendig, krijgt het in onbruik geraakte een nieuw gebruik, namelijk de aandacht vestigen op het substantiële, de delen die doen bestaan, die doen existeren zoals de existentialisten (wiens geest Hoenraet geregeld gaat opzoeken in Parijs) zouden zeggen, de bestanddelen. Reflectie over hun werken brengt ons ‘Jenseits von Gut und Böse’ zoals Nietzsche ons inhamerde.

Er is naast bovenstaande cultuurfilosofische van buitenuit-interpretatie van de materiekunst ook een intern verhaal dat de ronde doet binnen de kunsttheorie. De autonomie van de moderne kunst (Hoenraet is inderdaad een modernist, geen postmodernist) impliceert dat de kunst van deze eeuw een zelfbevraging is over haar eigen potentialiteiten: de onwerkelijkheid van het realisme, kleur op kleur om de kleur, de grenzen van de expressie, het informele van de vorm. In deze autoreflectie van de kunst levert Hoenraet een bijdrage aan het tonen van de mentaliteit van het artistieke bezig zijn. Het medium zelf wordt op de korrel genomen. De afwezigheid van een vorm, die een precies afgelijnde afbakening vooronderstelt, en daarom vormloos genoemd wordt, laat toe dat de materie meer ruimte krijgt om uit de onzichtbaarheid te treden.

Wanneer men het oeuvre van Hoenraet schouwt vindt men een handschrift. Het door en door gronden van het basisvlak. Het zoeken naar de betekenismogelijkheden van het palimpsest, het vlak waarop tekens de sporen dragen van vorige vervlogen tekens, de gelaagdheden van het ondervlak. Bovenop deze overgeprepareerde ondergrond begint als het ware een nieuw werk. Waar het basisvlak met een nauwlettende ambachtelijke nauwgezetheid uitgevoerd is, wordt Hoenraet in zijn tweede creatiefase wild, vluchtig ongedurig, zoals de kwajongen die vlug zijn ‘tag’ op de muren van een publiek gebouw aanbrengt door middel van zijn graffitispuitbus: doen en wegwezen. Vandaar dat er in het werk van Hoenraet spanning ontstaat tussen de rust van de achtergrondcompositie en de onrust van de spontane krabbel die in het oog springt. Dit griffen neemt vaak de vorm aan van een hoenraetkruis. Het werk straalt niet altijd agressie uit. In sommige werken is het gekras met wilde zwier getemperd. Onder invloed van het vele tekenen zijn de lijnen luchtiger geworden. Lijnen kruisen zich al wat minder, maar vallen al eens samen in geometrische hoeken. Wild of ordenend, hard of speels, scherp of vervloeiend, de lijnen van Hoenraet breken de materie open voor de blik.

 

© 2008 – 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.