Wat men in de twintigste eeuw nieuwe media is gaan noemen, is een resultaat van het verlangen om alles met alles te verbinden, precies omdat men er graag vanuit gaat dat de werkelijkheid zelf een dergelijke complexe verbinding is. Er geen genoegen mee nemen dat een kunstwerk slechts in één medium (olieverf, brons,…) gerealiseerd wordt, is echter niet voldoende om het concept nieuwe media te omschrijven. Er zijn immers ook de mixed media. Hiervan is reeds sprake vanaf het ogenblik dat bijvoorbeeld een schilder meerdere soorten verf gebruikt, of een beeldhouwer diverse soorten hout, metaal en steen samenbrengt. Het is de regel bij de zogenaamde assemblage kunst. Experimenten om via een bandopnemer geluiden aan beeldend werk toe te voegen, behoren er ook toe.
Een tweede kenmerk om het te hebben over nieuwe media, zou men op zijn ruimst kunnen formuleren als elk kunstwerk dat de toeschouwer niet “naar” een medium, maar “via” een medium doet kijken. De kunstenaar gebruikt dus een instrument om de werkelijkheid te tonen. Door de “objectiviteit” van dat middel, komt er een gans andere werkelijkheid te voorschijn dan deze die doorgaans door de subjectiviteit van de kunstenaar gerealiseerd wordt.
Een derde kenmerk is de interesse voor het tijdsverloop. Beeldende kunst is ruimtelijk en heeft als vrij algemene eigenschap dat ze de tijd doet stilstaan. De nieuwe media willen er een dimensie bij. Een aantal technologische vernieuwingen hebben dat in de twintigste eeuw mogelijk gemaakt : de film en video als nieuwe beeldmogelijkheden en dan uiteraard de computer als besturingssysteem.
De term nieuwe media kent ook een functioneel gebruik. Los daarvan kan men voor het domein van de kunst een aantal onderscheiden maken. Zonder de historische volgorde te respecteren ziet het nieuwe media landschap en als volgt uit. De computer heeft de mogelijkheid beelden te maken door ontlening en vervorming. In feite leunt deze werkwijze aan bij de “Media Games”, het speelse gebruik ervan.
De kunstenaar kan zich ook qua technologie meten met de informaticus en dat heeft tot boeiende resultaten geleid. In het geval van de “Media Space” wordt de toeschouwer opgenomen in een virtuele realiteit. De video neemt beelden op.
Een eerste vorm ervan is de vastlegging van handelingen (happenings enz…) van beeldende kunstenaars. Er kan ook zo maar een artistieke video gemaakt worden. Wanneer deze deel uitmaakt van andere artistieke ingrepen, spreekt men van een “video-installatie”. Tenslotte zijn er ook nog de multimedia. Deze term gebruikt men in ruime zin wanneer de grenzen verbroken worden en beeldende kunst een optreden (performance) wordt samen met muziek, dans, theater, film en de zopas aangehaalde nieuwe media. Als onderdeel van de nieuwe media wordt de betekenis al eens verengd tot volgende definitie : “Multimedia is het sleutelwoord om de integratie aan te duiden van diverse media of telecommunicatiediensten binnen de grenzen van een enkele interface gebruiker”.(1) Zoals bekend zijn voorbeelden van “interface” het keyboard of de muis. Zoveel verschil is er niet tussen de twee definities, vermits de andere media (muziek, dans, acteren, …) ofwel binnen de computer gebracht worden ofwel er door geleid worden.