Neoconstructivisme als derde generatie geometrische abstracte kunst en de neo-geo

De verstgaande poging in de twintigste eeuw om zich te bevrijden van de oude traditionele kunst is ongetwijfeld de abstracte kunst. In haar geometrische vorm heeft ze de kunstenaars en hun favoriserende critici het meest in de illusie laten leven dat hier de essentie van het kunst-zijn van de schilderkunst bereikt werd. Dat ik hier gewag maak van ‘illusie’, mag niet als misprijzen voor dit soort kunst begrepen worden. Het drukt enkel mijn filosofische twijfel uit over het bestaan van essenties. Een scepsis die ik ook aanhoud omtrent de mogelijkheid dat een kunstvorm of zelfs om het even welke cultuurvorm een definitieve oplossing zou zijn voor een esthetisch probleem. Een esthetisch probleem is de vraag: hoe maak ik op een bepaald ogenblik, op een bepaalde plaats een interessante vorm binnen een communicatief systeem, bijvoorbeeld kunst, maar dat zou ook mode kunnen zijn, of binnenhuisinrichting, of speelgoed, of ruimtelijke ordening, of liefdesbriefwisseling, of… Dat het woord ‘essentie’ hier niet als belangrijk opgevat wordt, is niet essentieel. Een parafrase van een uitspraak van een van de vaders van het postmoderne denken, François Lyotard, benadert in deze context het best de beoogde relativering. Met name daar waar hij stelt dat indien het marxisme onwaar is, het niet is omdat het vals is, maar omdat niets waar is. Deze gedachte uit de politieke filosofie, lijkt me ook toepasbaar op de kunstfilosofie. Als de overtuiging dat de geometrische abstractie de essentie van de schilderkunst blootlegt een illusie is, betekent dit niet dat ze waardeloos is, maar bevestigt het enkel dat essenties houvasten zijn die we graag koesteren in de galerij van de waanzekerheden.

Het is verleidelijk om zich via de geometrische abstractie te laten overtuigen dat hier het wezen van de schilderkunst te zien is. Lijnen maken geometrische vlakken die, soms slechts minimaal (cfr. Wit vierkant op witvlak van Malevitsj), van kleur verschillen. De relaties tussen kleuren enerzijds, en de vlakken anderzijds, maken het wezen uit van het werk. Let wel! ‘geometrie’ zou beter ‘meetkunde-achtig’ als naam meekrijgen. Weinig wiskundigen staan te springen om de oppervlakte van sommige zogenaamde geometrische vormen te becijferen. Maar daarom is het ook kunst en geen wetenschap, waar de categorie van het ‘-achtige’ steeds wat verdacht blijft in vergelijking met de dingen die ‘het geval zijn’ en daardoor gemakkelijk geclassificeerd kunnen worden. De dubbelzinnigheid blijft immers zelfs in de geometrische abstractie een hoofdkenmerk van de nieuwe esthetica die gepaard gaat met de moderne kunst. De vereenvoudiging van de schilderkunst tot kleur en vorm, laat toch nog knipogen toe. Daarenboven is er een derde facet verbonden aan deze soberheid, nl. dat men vaak oog heeft voor het effect van het materiaalgebruik. Verf laat toe een huid te vormen. Huiden zijn niet enkel beschermende verpakking. Ze zeggen mee wie of wat ze zijn. Men noemt dit de textuur, de innerlijke structuur van de verf, al dan niet daadwerkelijk of gesuggereerd. Dat laatste is uiteraard weer een eigenheid van de kunst, nl. een fictieve structuur. Tussen de effectieve structuur van de verf en de gesuggereerde textuur zit overigens nog een wel zeer bepalende factor, nl. het handschrift van de kunstenaar. Dit per definitie zeer invloedrijke gegeven om tot een uniek kunstwerk te komen, noemt men wel eens de ‘factuur’ van een kunstenaar. Neen, niet de rekening die hij stuurt na verkoop, maar de wijze waarop hij verftoetsen, lijnen, strepen, vlekken en vlakken op papier of doek zet. Hij kan het potlood, de pen of het penseel hanteren, met vlugge, langzame, lichte, zware, losse of weloverwogen bewegingen. De varianten worden doorgaans aan hun temperament toegeschreven. Wat men hier moet onder verstaan, verschillen psychologen nogal van mening. Maar de eigenheid verbonden aan de vingerafdruk, wijst toch in de richting van de belangrijkheid van het unieke van elke mens. De kunstgeschiedenis is een van de verhalen van de hoogtepunten van dit eigene en vooral van de mogelijke ontwikkeling ervan. Dit unieke komt in zijn zuiverste vorm tot uiting in de abstracte kunst omdat we niet afgeleid worden door de figuren die aan onderwerpen verbonden zijn. De schilderkunst is hier immers zelf het onderwerp. Elke kunstenaar poogt zijn eigen invulling hieraan te geven. Dat het de zuiverste vorm is, betekent niet dat het de duidelijkste is. Bij figuratieve kunst kan precies de thematiek de herkenbaarheid van de auteur verhogen. Bij geometrische abstracte kunst gaat door de eenvoud aan vorm, kleur en textuur de ene kunstenaar meer gaan gelijken op de andere. Er heerst ook een minder individualistische houding bij de vertegenwoordigers ervan. Collectief lijken ze wel een gezamenlijk project uit te werken, een waar schilderkundig systeem: de zoektocht naar de schilderkunst als taal, die soms even lastig lijkt als deze naar de graal. Toch zijn de verschillende bijdragen eigen aan de maker, en herkent men na een tijdje de vormvoorkeuren, de kleurkeuzes en het handschrift van de verschillende beoefenaars. Dit subjectieve is dan weer een zwak punt in de verdediging van de gedachte dat het een taal zou zijn, nl. een systeem met beperkte elementen (letters, woorden) en regels (grammatica) die in feite nog nooit gevonden werden. ‘Taal’ wordt hier dan ook beter als beeldspraak gebruikt.

Zoals reeds gezegd is het gemeenschappelijke punt aan ‘abstractie’ de afwezigheid van een verwijzing naar de werkelijkheid. Dus geen voorstelling willen zijn van de werkelijkheid. De al dan niet aanwezige relatie met de werkelijkheid is echter niet zo eenvoudig als dat. Vaak wordt voor abstracte kunst als synoniem de ‘niet-figuratieve’ gebruikt. Maar volstaat het niet- schilderen van figuren om de bewering te staven dat er geen relatie is met de werkelijkheid? De kunsttheoretici hebben hieraan een vette kluif. Tussen 1860 en 1949 is ‘abstractie’ met de meest verschillende invullingen beladen geworden. Deze discussies zijn in dit boek echter niet op hun plaats.

Waar ik het hier wel wil over hebben is wat ik de derde generatie geometrische abstracten zou willen noemen. De eerste generatie is een belangrijke vorm van de modernistische avant-garde. Vanaf 1910 ontwikkelden Kandinsky, Mondriaan en Malevitsj de abstracte kunst als bevrijding van een oude kunst die gebonden was aan de wereld van de objecten. Ze werden door velen gevolgd. Het hoogtij was van korte duur. Vanaf 1928 schilderde Malevitsj bijvoorbeeld, terug boeren. In de jaren dertig werd de geometrische abstractie zo decoratief dat er van een academisme sprake was, om zo goed als te verdwijnen tegen WO II. Na die oorlog kende ze een heropleving die ik graag de tweede generatie noem. Hier is ze weer verbonden aan een gevoel van vrijheid. In België vindt men de vertegenwoordigers ervan terug onder de leden van de Jeune Peinture Belge. De derde generatie nam een aanloop begin de jaren zestig, met een hoogtepunt aan belangstelling rond 1965 om daarna in feite niet meer te stoppen. Van vrijheid was hier nog weinig sprake. Abstracte kunst was een verworvenheid geworden. Strijden hoefde niet meer. Ze werd een zoektocht naar de wetten van de schilderkunst. Het was zelfs een reactie tegen wat als een te grote vrijheid ervaren werd, nl. de lyrische abstractie en de informele kunst Het gevoelsmatige van de eerste werd ingeruild voor het verstandelijke verbonden aan het wiskundige van de geometrie. In plaats van de schijnbare toevalligheid van het informele, werd gezocht naar de grondslagen van de vorm. Verf was geen smeuïge brei, maar kreeg een plaats op de schaal van kleurencirkels. De geometrische abstractie was dus een formele reactie tegen de lyrische vrijheid. Daarnaast was er de Nieuwe Figuratie en de popart die reageerden tegen de leegheid van de abstractie tout-court. En de conceptuele kunst verwierp gelijktijdig en simpelweg de schilderkunst zelf. Woelige tijden die jaren zestig.

© 2008 – 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.