Serge Vandercam (1924-2005)

Serge Vandercam past goed in de geest van de verwantschap met Cobra, zonder er een zuivere vertegenwoordiger van te zijn. In 1949 werd hij er lid van. Hij had immers Christian Dotremont leren kennen die ook aan de Brusselse Zavel woonde. Schilderen deed hij maar vanaf 1952. Van 1949 tot 1952 had hij al een oeuvre als experimenteel fotograaf gerealiseerd nadat hij een paar jaar eerder dit medium had ontdekt. Hij frequenteerde ook Taptoe als artistiek midden.

De fotografie die Serge Vandercam beoefende, sluit aan bij de ‘subjectieve fotografie’ die bekend geworden is door de Duitser Otto Steinert (1915-1978). Dit soort fotografie maakte bewust gebruik van de specifieke mogelijkheden die het medium technisch bood, zoals contrast, onscherpte en perspectiefvertekening. Hierdoor beoogde men de weergave van een persoonlijke ervaring. Vastleggen van de werkelijkheid was hier minder belangrijk dan een verbeeldingsrijke kijk erop. Gewone dingen kunnen vaak een magische of op zijn minst een mysterieuze sfeer uitstralen. De stap naar zo goed als abstracte fotografie is klein. Een zeer bekende foto van Serge Vandercam is zijn Les Crochets. De Belgische fotografiehistorica, dr. Tamara Berghmans, beschrijft deze foto in haar proefschrift als volgt:

“Serge Vandercam maakte deze close-up van drie ijzeren haken en hun schaduw op een witte kalkmuur toen hij met de kunstenaar Pol Bury op zoek was naar een opnamelocatie voor diens portret. De haken worden rupsen die de muur opkruipen en samen met hun schaduw omgekeerde harten vormen. Serge Vandercam benadrukt in deze foto de plasticiteit van de donkere haken. Ze worden levend en lijken te bewegen. Serge Vandercam speelt met de contrasten tussen licht (muur) en donker (haken), zwaar (haken) en gewichtloos (schaduw), de verschillende texturen (lucht, steen, ijzer) en de verschillende vormen (vlakken en gebogen lijnen), maten (klein en groot) en verhoudingen. Zo neemt het vlak van de muur het grootste deel van het beeld in beslag. Daarboven zien we een smalle strook witte lucht. De verticale en gebogen lijnen van de haken verdelen het beeld in vier stroken, terwijl de haken en schaduw – de ruimte in het ‘hart’ – drie nieuwe kaders in het voordien gesloten vlak vormen en het zo openen. Les Crochets is een zeer tastbare, bijna erotisch beeld, waarbij de associaties de overhand nemen.”

Deze foto werd overigens uitgekozen door Otto Steinert om tentoon gesteld te worden in de “Subjectieve fotografie 2” (1954). Vandercam was de enige Belg in deze tentoonstelling. Nochtans behoort hij tot een generatie die foto’s maakte in die stijl, met o.a. Robert Besard (1920-2000), Pierre Cordier (1933), Julien Coulommier (1922), Gilbert De Keyser (1925-2001), Antoon Dries (1910-2004) en Frank Philippi (1921). Door zijn overgang naar de schilderkunst, zonder op te houden met fotograferen, nam Vandercam toch wel een bijzondere plaats in. Niet alleen als fotograaf binnen Cobra, maar ook als informeel schilder werd hij vlug zeer erkend. Hij won al in 1956 de Prijs voor Jonge Belgische Schilderkunst.

Wat in de fotografie van Serge Vandercam opvalt is de bijzondere aandacht voor het materiële aspect van de dingen: prikkeldraad, aardkorst, gaasdoek, peklagen, gekalkte muren zo hobbelig als kippenvel, enz. Deze liefde voor de materie en het karakter dat het aan de dingen geeft zijn ook kenmerkend voor de schilderijen van Serge Vandercam. Zijn doeken lijken vaak de huid van cementen muren te zijn. Zijn verfaanbreng plaatst zich in de geschiedenis van de grotschildering tot de hedendaagse graffiti. Tekens van emotionaliteit. Innerlijke werelden die als kreten op doek gebracht worden met de sporen van de hand al dan niet gewapend met het penseel. Het zijn Rorschach-testen, verleidelijk om zich aan bloot te geven.

Zijn liefde voor de materie drukt zich vanaf 1960 ook uit in het maken van sculpturen in aardewerk. Behalve de materiaaleffecten verwijzen zijn figuren ook naar de wereld van de verbeelding, sprookjes en mythes, maar uiteraard ook naar de minst vrolijke dromen vol gedaanten die wisselend vervagen. Of zijn het de schimmen van de onderwereld? Belangrijk in zijn werk is ook de samenwerking met andere kunstenaars. Vermits het doorgaans literaire mensen betreft, (o.a. Dotremont en de dichtende kunstcriticus Jean Dypréau) vindt men vaak woorden op zijn doek, die het existentiële krijsen nog kracht bijzetten.

© 2008 – 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.