Ulrike Bolenz (1958- )

De Duitse kunstenaar, Ulrike Bolenz, die sinds lang in België leeft en de drie landstalen machtig is, past ook goed in deze idee van het positief tonen van het feminiene zonder het mysterie van het finaal onkenbare andere prijs te geven. Via chemisch vervaardigde materialen, maar ook beenderlijm wordt aangewend, maakt ze transparante vlakken die ruimtelijk eerder aansluiten bij de sculptuur en bij de installatie. Ze vertrekt van foto’s die afkomstig zijn van videostills zodat ze het geschikte beeld goed kan bepalen. Het fotografische confronteert ze vaak met het tegengestelde, de wild gekrabbelde schets waardoor er een boeiend contrast ontstaat.

Het zijn zelden vrolijke foto’s. Ze heeft immers vooral oog voor de verscheurdheid van de wereld, voor de tragiek die eruit bestaat dat de mooie kant van het leven onvermijdelijk gepaard gaat met de lelijke. Het vliegen geeft risico op vallen. Dat weten we sinds het Icarus verhaal. Overigens een terugkerend thema in haar werk. De vlucht, de toekomst; de val, de dood en tussenin de overmoed. Maar er zijn veel voorbeelden van concepten die na een kleine verschuiving een grote verandering teweegbrengen en in een nadeel doen omdraaien. De kracht, de vrijheid; de macht, de beroving ervan en tussenin het misbruik. Deze problematiek toont ze via de voorstelling van mannenlichamen die deze dubbelzinnigheid uitdrukken. In scherp contrast hiermee staan haar vrouwelijke naakten. Hier geen machtsvertoon, maar ingetogenheid. De vrouw transplanteert haar psyche, haar ziel, op de huid. Behalve zichtbaar wordt die innerlijke wereld aldus ook strafbaar. Althans zo lijkt het. Deze betekenis van de intimiteit wordt nog brozer doordat tevens de gedachte aan de vergankelijkheid opgeroepen wordt. Hier lijken de vleugels minder het vliegen dan wel de kwetsbaarheid te suggereren.

In de artikels die over het werk van Ulrike Bolenz verschenen zijn, wordt er geregeld gezegd dat haar naakten niet erotisch zijn. Kunstcritici mogen veel, maar een oordeel vellen over de erotische dimensie van een beeld is zeker hun taak niet. Het is hier niet de plaats om het lijstje van de seksuele perversiteiten te citeren, maar meer nog dan over smaak valt over het erotische niet te redetwisten. Wat wel juist is, is dat Bolenz het naakt niet misbruikt om het erotische expliciet te maken. Dit past overigens in haar stijl waarin ze poogt zo expressief mogelijk te zijn, zonder expressionist te worden.

© 2008 – 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.