Kenmerken van de videokunst

De videokunst is niet enkel een reactie tegen de televisie. Ze heeft ook haar specifieke kenmerken, verbonden aan de formele mogelijkheden van dit nieuwe medium, al dan niet in vergelijking met aanverwante artistieke uitingsvormen. Dus niet in relatie met pottenbakken, maar wel bijvoorbeeld met schilder- en beeldhouwkunst, met computerkunst, met installaties, met literatuur en theater, met concerten en choreografie, en dus vooral met film en fotografie.(1)

Het is een modernistische bewering dat een kunstmedium inherente eigenschappen veronderstelt en dat elke kunstvorm bekeken wordt als verschillend van alle andere op basis van het bezit van unieke kwaliteiten. Voor de schilderkunst zag men dit als: vlakte, drager, oppervlak, kleur en schaalverdeling. Voor de video ligt dat iets moeilijker. We zullen zelfs geen poging ondernemen om de specifieke eigenschappen van video bloot te leggen. De huidige alomtegenwoordigheid van videokunst vloeit eerder voort uit het feit dat dit medium zeer veel mogelijkheden biedt aan postmoderne artistieke doelen. Deze zijn o.a. de mogelijkheid om zo goed als alle andere media samen te nemen, zonder hiërarchie. Verder is er het vermogen om zeer verregaande linken te leggen met sociale contexten. De postmoderne kunst is op haar manier zeer maatschappijkritisch. Videokunst is hiervoor zeer geschikt. Ze had deze functie van bij de aanvang in de sociale revolte van de jaren zestig. Toen nam ze vooral de vorm aan van registratie van happenings als maatschappelijk protest. Sinds de technologische vooruitgang heeft ze andere mogelijkheden. Haar kracht wordt uit het haast onbeperkte manipulatieve vermogen van het beeld geput. Ze is een kunst die met tijd en ruimte zo goed als onbegrensd kan spelen. Fictie en realiteit worstelen voortdurend in het beeld. Het intieme autobiografische (video als narcisme) kan afwisselen met het universele algemene, geknipt uit de nieuwsberichtgeving. De tijd (video als Time Based Art) kan stilgezet worden, of de traagste beweging kan geregistreerd worden. Maar video is vooral het medium bij uitstek van de herhaling. In dit repetitieve schuilt zijn esthetisch vermogen.

Videokunst moet ook bekeken worden als een medium verwant aan en verschillend van enerzijds, de kunst van het stille beeld – de fotografie – en anderzijds, de kunst van het kinetische beeld, de film. Niet voor niets deelt ze vandaag de artistieke scène met de fotografie. Van de verouderde vraag of ze wel kunst is, is de fotografie vandaag het artistieke medium bij uitstek geworden. De videokunst kan fotografie worden, als stilstand, als still. Ze is ook film maar hier kan ze zich een vertraging veroorloven die de film, vastgeklit aan haar theaterkarakter, niet kan. De film, met uitzondering uiteraard van de experimentele film, zit vast aan een scenario dat moet boeien. Het vertellen van verhalen heeft een algemeen karakter. De video heeft daarentegen de verhaaltrant van het bijzondere, van het detail, waar het lang kan bij stilstaan.

1) Zie o.a.: G. Battock, New Artists Video, New York, 1978; R. Perrée, Into Video Art, Amsterdam, Idea Books, 1988; en D. Hall & S. J. Figer, Illuminating Video, An Essential Guide to Video Art, New York, 1990.

© 2008 – 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.