Guido Lauwaert – Een kunstwerk over kunst

Kunst is geschiedenis en geschiedenis is cultuur. Ziedaar waar het leven om draait. Al de rest komt eruit voort. Economie, politiek, financiën. Wie dus denkt dat kunst achteraan de maatschappelijke stoet bengelt, dwaalt. En de schepper van een kunstwerk is tegelijk orkestmeester en dirigent.

Om de ware aard van kunst en kunstenaars te begrijpen, is het nodig om zich te documenteren. Dat is met elke tak van de kunstboom het geval. Een gedicht opent zich maar ten volle als geweten is wie de dichter is/was. Niet wat hij op zijn boterham smeerde, maar wat de smeer is van wat wij gemakshalve hart en ziel noemen. Met het ontleden van de smeer en dus het aanleveren van documentatie, houden zich specialisten bezig. Van amateurs tot wetenschappers. De ene soort is niet minderwaardig dan de andere, nee, zo simpel ligt het niet. Je hebt hoogstaande amateurs en wetenschappers minder waard dan prutsers. Het is dus zaak, wil men de kortste weg naar de verlichting nemen, om de juiste specialist te vinden.

Mijn rol als gids is niet altijd amusant. Soms moet je de persoon of het kunstwerk genadeloos neersabelen, al ga je met je mening lijnrecht in tegen de overtuiging van collega’s. Toch heb je ook hemelse momenten. Wanneer een kunstenaar, een kunstwerk of een specialist je stijl en decor verscherpen en verfraaien.

Dat laatste was het geval met Aspecten van de Belgische kunst na ’45. De schepper van dit kunstwerk over kunst is Willem Elias [Aalst, 9 december 1950]. Hij is doctor in de Wijsbegeerte en al geruime tijd gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Brussel. Hij verdient voor zijn werk aan de VUB een staande ovatie, maar wat mij vooral voor hem inneemt, is dat hij zich niet opgesloten heeft in dat bastion, zoals veel professoren doen. Zij beschouwen zichzelf opsluiten als zelfbeschermend. Willem Elias verlaat het bastion wanneer het maar enigszins kan. Hij jongleert voor alle lagen van de bevolking. Voor de ene tovert hij de duif uit de hoge hoed, voor de andere is hij een adviseur, een derde heeft baat bij zijn steun om niet alleen overeind te blijven maar vooral sterker te worden.

Kortom, Willen Elias is een sociaal gedreven man. Hij schrijft op een niet pedante toon over de sporen van beeldende kunstenaars en hun werken en situeert ze in historisch verband. Bovendien wijst hij op verbanden met andere culturen. Hij schetst de integratie-evolutie want kunstwerken, de vruchten van de kunstenaars, hebben een multiculturele oorsprong. Hij gebruikt daarvoor de tijdsevolutie. Zijn omweg is geen omleiding, maar een tocht om de multiculturele aspecten van de beeldende kunstscène na de Tweede Wereldoorlog te ontmaskeren.  Ter verduidelijking kijkt hij soms achterom. Een wijs besluit. Het heden is zo kort, het verleden zo lang.

Kunstrichtingen worden geschetst, en van daaruit kunstenaars geplaatst. Is hij in zijn academisch werk vaak wat al te cryptisch, in zijn boeken bestemd voor de modale kunstconsument hanteert hij de pen als een penseel. Hij schildert een taal die niet moet onderdoen voor die van de betere trillerauteur. De spanningsboog verliest geen moment zijn kracht. Mede omdat Elias oog heeft voor de etnische achtergrond van de beeldende kunst en de familiebanden met andere kunstvormen op verrassende wijze aantoont. De familieband tussen beeldende kunst en literatuur is in het verleden wereldwijd al veelvuldig aangetoond. Tussen architectuur en [bijvoorbeeld] beeldhouwkunst nog te weinig. Zeker in België. Een goed voorbeeld is Het signaal van Jacques Moeschal [1913-2004]. Het staat midden in het klaverblad van Groot-Bijgaarden. Het is een halvemaan op een peiler. De peiler is geen voetstuk maar een volwaardig onderdeel van het gehele kunstwerk. Peiler en halvemaan zijn dus bakens. De peiler symboliseert een [rechtopstaande] snelweg en de halvemaan een groet voor een behouden vaart.  ‘Zijn bakens,’ schrijf Elias, ‘moeten de mens oriënteren in een veranderde wereld waarin de autosnelweg een belangrijke communicatiemogelijkheid biedt, als hoogtepunt van de moderne mobiliteit.’ Het werk dateert van 1963. Toen bestond de virtuele snelweg nog niet. Nu, gebruiksvoorwerp van jan en alleman, kan Het signaal ook gezien worden als het symbool van de internetwereld. Of hoe een kunstwerk boven zijn oorspronkelijke bestemming kan uitstijgen en toch zijn waarde behouden, en opnieuw aantoont dat de kunstenaar een profeet is.

Dat en nog veel meer leest en voelt men aan op en tussen de lijnen van dit prachtboek van Willem Elias.

guido lauwaert

gent, 2009-02-01