De beeldend kunstenaar als een soort regisseur

Men kan de Cloaca ook aanwenden als voorbeeld van een andere regel van de kunst, nl. dat kunst niet per se door de kunstenaar zelf moet vervaardigd worden. De beeldende kunstenaar is dan een soort regisseur die de eindverantwoordelijkheid draagt en opdrachten laat uitvoeren. Reeds in de jaren tien van de vorige eeuw was het Marcel Duchamp die dat principe invoerde. Een kunstenaar bepaalt zelf wat zijn kunstwerk is. Of voor nog een andere regel.

De thematiek van de Cloaca bestond reeds binnen de kunst. Ze doet ongetwijfeld denken aan de “Merda d’artista”(1961) van de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni, die zijn eigen excrementen in blik verkocht. Manzoni zelf was de grote inspirator van Marcel Broodthaers, die als een voorloper van Delvoye mag beschouwd worden. De regel is hier dat de moderne en hedendaagse kunst een “autonoom” systeem is, d.w.z. dat zelf regels produceert die onafhankelijk zijn van regels buiten de kunst. Als deel van dat systeem hebben veel kunstwerken een relatie met elkaar. Sommige kunstwerken knippen oogjes naar elkaar. Men kan geen pijp meer schilderen na Magritte, zonder aan zijn “ceci n’est pas une pipe” te denken, en een mossel roept Marcel Broodthaers op. Hierbinnen is verder de klassieke actie-reactie dynamiek werkzaam. De “actie” bestaat erin dat kunstenaars het werk van hun voorgangers verder zetten. Ze gaan in dezelfde richting, maar voegen iets toe aan wat al bestond. Ze maken een stap verder. Hieruit ontstaat er een soort artistieke evolutielijn. De “reactie” bestaat eruit dat kunstenaars volledig de andere richting uitgaan. Voorbeelden van dat soort opponenten zijn o.a. figuratief-abstract, sober-exuberant, scherpe of overvloeiende kleurovergangen, esthetische of uitdrukkelijke boodschap. Men zou de “autonomie” van de kunst kunnen voorstellen alsof alle kunstenaars, die een eigen stijl ontwikkeld hebben, samen aan een groot lappendeken weven, waarvan alle lapjes enorm verschillen, maar toch ook verbanden hebben. Het deken vertoont ook gaten en het breidt voortdurend verder uit. Inderdaad wordt elke kunstenaar die een eigen vormgeving (stijl) ontwikkeld heeft, toegevoegd aan het systeem dat “hedendaagse kunst” heet. De eigen stijl gaat, eens dat ze erkend wordt als belangrijk genoeg om tot de kunstgeschiedenis te gaan behoren, een deel zelf van de code van dat systeem worden. Dit wil zeggen wanneer een kunstenaar zelf iets nieuws gevonden heeft, het opgenomen wordt in het geheel van wat kunst genoemd wordt. Dat het de rol van een code te zijn krijgt, wil zeggen dat men dat nieuw element moet leren kennen om de kunst beter te begrijpen. De kunst produceert dus haar eigen regels.

Het voorgaande heeft ook te maken met wat men de “autoreferentialiteit” van de kunst noemt, d.w.z. een kunstwerk verwijst naar zichzelf. Men moet dus het werk niet vergelijken met de gewone realiteit buiten het kunstwerk zelf. Het kunstwerk is zichzelf. Zelfs het realisme is geen kopie van de werkelijkheid, die zich uitdrukt in een gelijkenis. Elk realisme is steeds ook een wijze waarop de realiteit voorgesteld wordt. Het hyperrealisme van Roger Wittewrongel is daar een mooi voorbeeld van. Dit naar zichzelf verwijzen wordt nog duidelijker wanneer het kunstwerk een deel van de structuur van een kunstwerk benadrukt. De moderne kunst heeft zich vanaf het begin van de vorige eeuw de vraag gesteld wie ze zelf was. De meeste kunstwerken van die eeuw kunnen dan ook gezien worden als zo vele mogelijke antwoorden die willen bijdragen aan die vraag van “wat kunst is?” De antwoorden waren o.a. ze is een goede verhouding van kleurvlakken (geometrisch abstract); ze drukt de gevoelens uit (figuratief of abstract expressionisme); ze is een door een kunstenaar in een artistieke context geplaatst object (readymade van het dadaïsme); ze toont ons de onbewuste werkelijkheid (surrealisme); ze is enkel een idee (conceptuele kunst); ze is enkel een materieel medium (materie-kunst); ze maakt de alledaagsheid zichtbaar (pop-art); ze toont ons de basisprincipes van de esthetische beleving (minimalisme); en doe zo maar verder tot op vandaag waar ze ons in Documenta XI te Kassel haar rol toonde als maatschappelijk protest.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.