De opnieuw-schone-kunsten (postmodernisme)

We zijn al meer dan een kwarteeuw voorbij de hierboven beschreven rol van de avant-garde kunstenaar, diegene die voorop is op zijn tijd. De grote revoluties zijn voorbij, wat niet wil zeggen dat er geen andere meer kunnen komen. Die revoluties vallen samen met alle -ismen die in de vorige eeuw de revue gepasseerd zijn en die telkens een nieuwe vorm hebben gegeven aan de wijze waarop de werkelijkheid voorgesteld werd. Wat men het ‘postmodernisme’ noemt, is in feite te herleiden tot de reactie op het verschijnsel dat het ‘nieuwe’, basisprincipe van het modernisme en haar avant-garde, niet eeuwig nieuw kan blijven. Het nieuwe is een bepaalde vorm van vernieuwing gebleken en elke vorm verslijt, ook deze van het modern zijn. Is de postmoderne cultuur dan niet nieuw? Ook weer niet. Er heeft zich een verschuiving voorgedaan.

De nieuwheid van de modernistische cultuur bestond erin nieuwe regels voor de kunst uit te vinden. Elk -isme heeft zo een aantal regels geponeerd. Zo bijvoorbeeld de overgrootvader van dit alles, Marcel Duchamp, die stelde dat kunst niet per se door de kunstenaar moest gemaakt worden, maar dat het volstond dat de kunstenaar een visie had en dat hij die via reeds bestaande voorwerpen kon uiten. De regels zijn nu gekend. Wat de postmoderne kunstenaar doet, is ze toepassen, samen en door elkaar. Om het met een beeldspraak te zeggen: de modernist heeft een nieuwe taal gecreëerd en de postmodernist gebruikt ze. De postmodernist kan nieuw zijn in het gebruik, maar het is geen vreemde taal meer.

De verschuiving van het vernieuwingscriterium van intrinsiek en principieel, naar contextueel en pragmatisch (speels, toepasbaar) zorgt ervoor dat de hedendaagse kunst niet moeilijk is maar gemakkelijk. Andere formuleringen van deze verschuiving zouden kunnen zijn: van systeemvernieuwing naar gebruiksvernieuwing of, met grote woorden, van modernisme naar postmodernisme. De kunst is leerbaar geworden. Ze staat als systeem stil. Via de veelheid van toepassingen (elk kunstwerk, elke opvoering,…) wordt dit systeem zeer toegankelijk, zeer democratisch. Kunst blijft uiteraard een omgekeerde didactiek, nl. niet een van de vereenvoudiging, zoals dat doorgaans bij educatie het geval is, maar een didactiek van de complexiteit. Hierdoor zit ze als leermiddel in dezelfde categorie van de wiskunde, het Latijn en het Grieks, maar ook van de puzzel en het spiegelpaleis. Deze systeemstilte schept veel educatieve mogelijkheden. Ook veel adders onder het gras natuurlijk. De stilte kan het einde van een soort vernieuwing zijn en aldus de voorbode van een nieuwe storm. Met de kunst weet men nooit.

Samengevat zou men de relatie tussen de criteria ‘nieuw’ en ‘schoon’ als volgt kunnen omschrijven. Wat er met het begrip ‘schoon’ aan de hand is, komt neer op het inzicht dat er geen door de tijd en door een eendrachtige gemeenschap gedragen basis is om haar waarde te vestigen en te blijven bevestigen. Het ‘nieuwe’ is dan weer een te relatieve, lege categorie die geen invulling verdraagt. Eens ingevuld gaat die bepaalde vormgeving immers een verouderingsproces tegemoet, waardoor het een contradictorisch criterium wordt. Het nieuwe heeft als tijdelijk catastrofaal fundament dat het even niet herkenbaar is door het grote publiek. Slechts een beperkt aantal heeft er bij aanvang neus, oog of oor voor. Probleem hier is dat deze minderheidsgroepen binnen de maatschappij niet per se dezelfde zijn, want dat zou het leven gemakkelijk maken. De ‘oude’ vernieuwers kunnen zodanig zweren bij hun voorkeur voor het nieuwe, die misschien zelfs generatiegebonden is, en daardoor blind zijn voor de ‘nieuwe’ vernieuwing.

Dit betekent echter dat geen van beide begrippen deugen. Vermits er ook geen derde voorhanden is, doen we er misschien best aan ze te verzoenen. Het ‘nieuwe’ wordt dan gewoon het ‘schone’ dat caleidoscopisch benadrukt dat er gelijktijdig en vooral wisselend doorheen de tijd op verschillende plaatsen meerdere schoonheidscriteria zijn. Het nieuwe staat voor het veelvuldigheidsprincipe van het schone.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.