Een kunstwerk is een teken zonder vaste betekenis

De regels van de kunst zijn niet allemaal volledig formuleerbaar, het zijn slechts richtlijnen om beter te kunnen kijken naar het spel dat kunst heet. Wie niet bereid is de spelregels te volgen kan ze ook negeren, maar speelt dan niet mee. Een kunstwerk heeft iets van een labyrint, men heeft een rode draad nodig om er aan uit te geraken. Het is een raadsel dat men niet enkel oplost met er naar te raden. Gelukkig zijn er vele oplossingen. De oorsprong van deze veelheid aan betekenissen is gelegen in het feit dat de kunst vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw niet meer de vanzelfsprekende uitdrukking is van een bepaalde gemeenschap. De kunstenaar brengt vanaf dan via een eigen stijl zijn eigen boodschappen. Dit vergt een bijzondere inspanning.

Enigszins in tegenstrijd met het elders gevoerde pleidooi dat hedendaagse kunst gemakkelijk te begrijpen is, zou ik in de eerste regel willen stellen dat het niet te verwonderen is dat vele kunstwerken niet onmiddellijk of zelfs nooit begrepen worden. Iedereen vindt het normaal zes jaar lang twee maal per week drie uur les te volgen om een vreemde taal te leren. Niemand is verwonderd een sport niet te begrijpen, wanneer hij de spelregels niet kent. Waarom zou men de taal en de spelregels van kunst dan onmiddellijk moeten begrijpen zonder enig leerproces ? Mijn bewering is dat ze gemakkelijk te leren vallen.

Een kunstwerk is een teken zonder vaste betekenis. Er is natuurlijk de “bedoeling” van de kunstenaar,de betekenis die hij er zelf heeft willen inleggen en die in mindere of meerdere mate duidelijk is. Sinds de impressionisten speelt die uitdrukkelijke duidelijkheid geen rol meer. Men wil de werkelijkheid niet meer voorstellen zoals ze in de realiteit herkenbaar is, maar zoals men ze op een bepaald moment ziet. De toeschouwer moet het werk in zijn hoofd voltooien. Wanneer men de eerste keer een Monet ziet, duurt het even voor men door heeft dat het hier om een vijver gaat.

Het kunstwerk is open. Het ontleent in grote mate zijn betekenis aan de interpretatie die de toeschouwer er aan geeft. In feite is die interpretatie oneindig, vandaar dat men een kunstwerk ook levenslang graag kan zien. Het verschilt ook van toeschouwer tot toeschouwer. Men zou kunnen zeggen dat een kunstwerk evenveel betekenissen heeft als er toeschouwers zijn. Die openheid maakt dat men zich in zekere zin niet kan vergissen. Psychologen hebben erop gewezen dat de toeschouwer liefst naar zo’n interessant mogelijke interpretatie zoekt. Dus het gevaar is vrij klein dat de zoektocht naar betekenis totaal willekeur is.

Het verschil in interpretatie hangt af van wat de toeschouwer weet en wat hij in zijn leven al ervaren heeft. Het eerste kan leiden tot onbegrip. Hoe meer men weet hoe interessanter het kunstwerk. Wat men niet weet kan men leren. Maar hier schuilen uiteraard mogelijke beperkingen. De levenservaring als bron om het leven te begrijpen is daarentegen onuitputtelijk. Soms is er veel ervaring nodig, soms kan deze zeer miniem zijn. Elke mens doet met meer of mindere regelmaat dagelijks de nodige ervaring op om de Cloaca van Wim Delvoye, een machine die de spijsvertering met alles erop en eraan uitvoert, aan den lijve te ondervinden. Een bijzonder expliciet kunstwerk dus. Zelf had ik oog in oog met die enorme machine echter een religieuze ervaring alsof ik aanwezig was geweest bij de schepping van het leven zelf. Om dit te begrijpen zou men dan het bijzonder interessante thema moeten bestuderen van de relatie tussen hedendaagse kunst en religie. Het kan uiteraard ook bekeken worden vanuit de problematiek van de verwantschap en het verschil tussen kunst en wetenschap: de kunstenaar als uitvinder. Het is duidelijk dat naarmate men het in een andere context plaatst het werk een andere betekenis krijgt. Ook dit proces is oneindig.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.