Emile Desmedt (1956- )

Hoewel Emile Desmedt keramiek gestudeerd heeft aan de Academie voor Schone Kunsten van Doornik heeft hij zich niet gehouden aan dit aardse medium. Wel aan een liefde voor de materialen en hun vanzelfsprekendheid. Maar niet altijd in duidelijke taal. Elk medium bezit een aantal kenmerken die betekenissen met zich meebrengen. Manneke Pis in plastic is niet dezelfde als deze in steen.

Emile Desmedt maakt geen figuren, zijn werken zijn abstracte vormen, maar precies daardoor speelt het materiaalgebruik des te meer mee. Zich onthullend zoals het is, wat ik hogerop de ‘vanzelfsprekendheid’ heb genoemd, of zich verbergend, de ‘onduidelijkheid’ waar ik het over had, beide mogelijkheden spelen verstoppertje met elkaar. Het is een kenmerk van de materiekunst om fier te zijn op het materiaal en te tonen wat het in zich heeft. Ze beleeft ook het wat perverse plezier om zich te vermommen in een ander materiaal waarvan ze de kenmerken uitstraalt zonder ze in zich te hebben. Het geschilderde valse marmer is daar een oud voorbeeld van. De verf heeft het oog vaak en graag bedrogen, maar in de materiekunst is het een frequent spelelement. Het behoort tot een basisveronderstelling in de esthetica van Umberto Eco dat een kunstwerk een fundamentele dubbelzinnige boodschap is. Het kunstwerk is een teken dat in zijn materiële vorm (signifiant) aanleiding geeft tot een meervoudigheid van betekenissen (signifié) die er samen in aanwezig zijn. Het is op deze mogelijkheid tot dubbelzinnigheid dat Emile Desmedt inspeelt.

Gebakken aarde is hij blijven gebruiken, maar het werd vrij vlug aangevuld met hout, metaal, steen, beton en papier. Het is vooral via dit laatste medium dat hij graag de metamorfosekwaliteiten van materialen laat zien.

Hoewel ik al het woord ‘abstract’ liet vallen, is dat toch niet de meest precieze term om zijn vormen te omschrijven. Hij gaat eerder terug naar de oervormen uit niet-westerse, zogenaamde primitieve culturen. Hij ontleent zowel aan de gebruiksvoorwerpen, bijvoorbeeld de kruik, als aan meer sacrale objecten, bijvoorbeeld de totem. Ook de natuur inspireert hem. De cocon als voorbeeld van door insecten gemaakte architectuur is fascinerend voor een kunstenaar. Naast het fundamentele van het materiegebruik, zoekt Emile Desmedt dus ook naar referenties om het wezenlijke van zijn vormen te gronden.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.