Frank Maieu (1952 – )

Frank Maieu zet de dingen op zijn kop. Hij gaat ervan uit dat de voorstelling van de omgekeerde wereld misschien een meer werkelijkheidsgetrouw beeld geeft dan de wijze waarop het klassieke realisme dat doet. Het wereldbeeld van de ernstige burger en de erbij passende artistieke uitingen vol rooskleurige gelukzaligheid geeft een vals beeld van de werkelijkheid. Volgens hem verbergt dit masker van “er is geen vuiltje aan de lucht” vaak grote viezigheid. Een optimistische kijk op de zaken kan slechts als gevolg van een ver doorgedreven censuur – “verdringing” zouden de psychoanalytici zeggen – van al wat niet zo goed gaat in de wereld. Let wel: het is er Frank Maieu niet om te doen een omgekeerde wereld in de plaats te stellen van de gewone wijze om naar de wereld te kijken. Ik denk zelfs dat Maieu geen pessimist is. Het is eerder een dialectische benadering van de dingen. Het één kan niet zonder het ander. Het positieve vindt zijn bevestiging in zijn negatie. De gewone wereld is de ware, maar deze op zijn kop is ook waar. Of andersom, de omgekeerde kijk op de wereld is misschien onwaar, maar de juiste kijk is ook onwaar.

Dit is het filosofische uitgangspunt van het oeuvre van Frank Maieu. Zijn-wereld-op-zijn-kop-beeldenrijk is geen waarheid. Het is kunst, het is fictie. Maar ook de zogenaamde gewone kijk op de wereld is onwaar: gecensureerd, gedomineerd, gedomesticeerd, gemanipuleerd, geperverteerd, enz. Al deze voltooide deelwoorden kunnen als adjectief gebruikt worden om de naamgeving van de beelden van Maieu te duiden. Hoofdzaak blijft dat beide wereldbeelden elkaar niet kunnen missen willen ze interessant blijven. Het verbindingsteken is cruciaal. De gewone wereld heeft de omgekeerde wereld nodig om boeiend te blijven, en vice versa. De gewone wereld zonder de andere is hypocriet. Het omgekeerde wereldbeeld zonder het “ernstige” waarop het reageert is platvloers. Een masker heeft slechts zin als het iets te verbergen heeft. Ondermijnen hoeft men niet te doen als er geen fundamentalisme is. De ironie is werkloos zonder vaste overtuiging. De lach treurt zonder ernst. De liederlijkheid vertoeft graag in het gezelschap van de preutsheid. Wie vrienden wil, zal vijanden zaaien. Sarcasten zijn lieve mensen. Dit alles om te illustreren dat de kracht van het werk van Maieu gelegen is in de nauwe banden tussen de Grote Ernstige Wereld en zijn tegendeel. Beide verhalen staan naast elkaar en moeten blijvend naast elkaar kunnen bestaan als twee visies op hetzelfde. Het is geen of-of, maar een en-en-situatie, zoals dag en nacht, zo verschillend maar aan elkaar verbonden.

Thema’s

De thematieken van Maieu kan men volgen aan de hand van de titels die aan reeksen van zijn werk gegeven worden. Per reeks komt dan een bepaald thema aan bod. (4). Maar over de grenzen van deze periodieke focussen heen kan men stellen dat Maieu een zeer algemeen humanistische bekommernis heeft, samen te vatten in de vraag: “Wat doet de mens met de mens?” Uiteraard heeft een dergelijke vraagstelling haar politieke consequenties. Een kleine variant op de basisvraagstelling is immers: “Wat heeft de mens de mens aangedaan?” Het antwoord sorteert onder het “homo homini lupus”-motto, de mens is een wolf voor de mens. Het hakenkruis is vaak motief en de bezorgdheid voor de gevolgen van fascisme is nooit veraf. De invloed van het kapitalisme komt ook steeds aan bod. In onze eigen Westerse cultuurgeschiedenis boog hij zich over het martelaarschap, of wat men vroeger pleegde te doen met iemand die dacht heiliger dan de Paus te moeten zijn. Het thema van sado-masochisme kan ook niet ontbreken. Via zijn werk stelt hij vragen: “Waarom doet de ene de andere pijn?”, aangevuld met de vraag: “Waarom doen we onszelf pijn?” Frank Maieu is de vragensteller en doorheen zijn oeuvre verschijnt hij dan ook constant als zelfportret, met blikken vol socratische ironie. Hij is inderdaad de horzel die ons wakker poogt te houden. Zijn zelfironie slaat ook over op zijn soortgenoten, zijn collegae uit de kunstwereld. Een kritische reflectie op zijn eigen werk komt geregeld terug, maar het gehele kunstgebeuren wordt in vraag gesteld. Schilderkunstig doet hij dit nu eens met een zeer realistische lijnvoering, soms zelfs verwant aan de stijl van de “Nieuwe Zakelijkheid” van een Otto Dix. Frank Maieu heeft in Gent het regentaat plastische kunst gevolgd bij Octave Landuyt. Allicht zit hier de oorzaak van de link met zijn surrealistische kijk op de wereld. Zijn beginperiode valt ook samen met het “hyperrealisme” als trend in de schilderkunst van de jaren zeventig. Met een realisme dat aansluit bij de wijze waarop de fotografie de werkelijkheid weergeeft, worden taferelen uit de dagelijkse werkelijkheid haarfijn geschilderd: straatstenen, gevels, auto’s enz. Maieu volgt deze brave thema’s niet, maar toont ons, zoals hoger aangegeven, een gruwelijke wereld, weliswaar even nauwkeurig geschilderd. De marteltaferelen zijn daar een goed voorbeeld van. Vanaf het begin van de jaren tachtig hanteert hij een lossere meer expressionistische stijl, al eens aan de grens van de karikatuur. Vanaf een bepaald ogenblik werd de schilderkunst aangevuld met keramieken, een even boeiende uitdrukkingsvorm voor het ter wereld brengen van de omgekeerde kijk van Frank Maieu.

4) A. de Wasseige (red.), Frank Maieu “Art-Jockey” (Antwerpen/Brussel, De Zwarte Panter/La Papeterie, 2002).

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.