Het hyperrealisme

Het hyperrealisme (1) zoekt zijn inspiratie niet in de direct gegeven realiteit, maar in de fotografische afbeelding ervan. Daarom wordt ook vaak de benaming fotorealisme of soms sharp-focus-realisme gebruikt. De fotografische gegevens worden op doek overgebracht op dusdanig nauwkeurige wijze dat het realisme bijna onwaarschijnlijk lijkt. Vandaar dat ook nog andere benamingen voorkomen zoals superrealisme of radicaal realisme.

Het ontstaan van het hyperrealisme situeert zich eind jaren zestig, begin jaren zeventig in de Verenigde Staten. Onder de belangrijkste vertegenwoordigers rekent men o.a. de Amerikanen Chuck Close, Richard Estes, Malcolm Morley, Don Eddy, John Kacere, Duane Hanson en John de Andrea.

Als reactie tegen de abstracte kunst kan men het hyperrealisme beschouwen als een vervolg op de pop-art. Beide stromingen grijpen naar onderwerpen en technieken van de massamedia De hyperrealisten onderscheiden zich echter door hun uiterst verfijnde techniek. Een dia of foto wordt op het doek geprojecteerd en dan heel nauwkeurig ingevuld. Fotografische kenmerken inzake belichting, scherpte, afstand, vervormingen die ontstaan met een groothoekobjectief , kleurzweem, enz. worden dus ook weergegeven. Of zoals Wim Van Mulders het formuleert: “De schilder rivaliseert met de gladde illusionistische kwaliteit van het fotografische voorbeeld en schakelt daartoe elke vorm van persoonlijk handschrift uit. De foto vervangt in feite het traditionele schetsen naar levend model of naar de natuur”.(2)

Het primordiale belang dat de hyperrealisten aan het fotografisch beeld toekennen, brengt verder mee dat ze niet ingrijpen in de compositie. Ze geven dus een coherent werkelijkheidsbeeld weer zonder er iets speciaal uit te lichten. Het hyperrealisme toont ons vooral gewone mensen en de trivialiteit van hun leefwereld.

Het is wezenlijk een denken over de wijze waarop de omringende realiteit indirect via de massamedia waargenomen wordt en manipuleerbaar is. Of zoals Geirlandt het formuleert: “Wat de kunstenaar in dit proces boeit is niet de realiteit als realiteit, maar de wijze waarop hij deze realiteit waarneemt”. (3) In Europa heeft het hyperrealisme een verschillende ontwikkeling gekend. Terwijl de Amerikanen veel nauwer aansluiten bij de thema’s van pop-art en de consumptiemaatschappij, laten de Europeanen meer ruimte voor de verbeelding.

Ze nemen ook meer afstand van het fotografisch gegeven waardoor hun werk poëtischer overkomt. Een typisch voorbeeld daarvan is de Duitser Gerhard Richter. In zijn fotorealistische werken verwijdert hij zich meestal van een illusionistische weergave door het beeld te vervagen. Dit is ook het verbindingspunt met de schilderkunst van de jaren negentig, met Tuymans als schoolvoorbeeld.

1) J-C Lebensztejn (ed.), Hyperréalisme USA, 1965-1975, catalogue Musée d’Art moderne et contemporain de Strasbourg 27 juin – 5 octobre, 2003.
2) W. Van Mulders in : K. J. Geirlandt (red.), Kunst in België na 1945, Antwerpen, 1983, p. 193.

3) K. J. Geirlandt, Hyperrealisme, Snoecks 75, Gent, p.62-73.


© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.