Het realisme in de jaren ‘20

De Italiaanse Novecentobeweging (1922), door Jean Cocteau een “terugkeer naar de orde” genoemd, bleek samen te smelten met de fascistische ideeën uit die tijd. De “Neue Sachlichkeit” (1924) toonde een zakelijke werkelijkheid die gerust “naturalistisch” genoemd mag worden, d.w.z. dat de lelijke kant ervan, met maatschappijkritische bedoelingen, in de verf gezet werd. Hoe de realiteit in “gedachten uitgedrukt kan worden in afwezigheid van enige controle door het verstand en los van alle morele en esthetische beschouwingen”, om even de definitie van Breton aan te halen (1924), heeft het surrealisme ons getoond. Vanaf 1925 komt de term “magisch realisme” in zwang om een schilderkunst aan te duiden die, in tegenstelling tot het expressionisme, een nauwkeurige bijna fotografische lijnuitvoering volgt en door rare combinaties de realiteit een onwerkelijke dimensie meegeeft, nl. een magische en de eraan verbonden geheimzinnigheid. Sinds de jaren twintig ontstond in de Sovjet Unie het “socialistisch realisme”.

Vanaf 1934 was dit de officiële artistieke stijl van de revolutie. Deze educatieve kunst moest zeer toegankelijk zijn en trouw aan de partij een juiste voorstelling van de ideologie weergeven. Uit verheerlijking van de arbeid, als kern van het maatschappelijk gebeuren, moesten, bijvoorbeeld, mijnwerkers gelukzalig glimlachend voorgesteld worden. Een beeld dat slechts vrij recent in de realiteit waarneembaar is, o.a. in Limburg waar de mijnen gesloten zijn. Tenslotte ontstond er in dezelfde periode een realisme dat de mens en zijn gevoelswereld centraal stelde. In Parijs heette dat “retour à l’humain”, een soort neo-humanisme dat vertrekt vanuit de dagdagelijkse werkelijkheid, en precies die kleine dingen tracht groot te maken vanuit een memento mori bescheidenheid, gedenk dat je gaat sterven. Hoe dan ook kan men samenvatten dat de jaren ‘20 het decennium van de realismen geweest is. (1) De avant-garde was even voorbij. De destructie van het dadaïsme werd opgevolgd door een reconstructie. De oude definitie van de kunst was weer geldig: de voorstelling van wat men zich voorstelde dat de werkelijkheid was.

Definities van de kunst

De verschillende definities (2) komen er eigenlijk op neer dat men een belangrijk kenmerk van de kunst als de “essentie” ervan gaat bekijken en, wat meer is, ook gaat gebruiken om een oordeel te vellen over de kwaliteit ervan. Het hoofdkenmerk wordt dus criterium van laat het ons maar “schoonheid” noemen om het simpel te houden.

De oudste theorie, de zogenaamde “mimetische”, stelt dat kunst de werkelijkheid moet nabootsen. Een kunstwerk is mooier naarmate het er beter in slaagt de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk in beeld te brengen. Een tweede definitie vertrekt van de gevoelswaarde van het kunstwerk, vandaar dat men het heeft over een “expressieve” benadering. Het kunstwerk is een uitdrukkingsmiddel van de menselijke gevoelens en emoties. De kracht en de echtheid van de expressie bepalen de schoonheid van het kunstwerk. Een derde theorie vertrekt van de vorm van het kunstwerk zelf, vandaar dat men spreekt over een “formalistische” definitie. De ordening van de vormelementen binnen het kunstwerk is hier het belangrijkste om te bepalen of iets mooi is of niet.

Critici hebben erop gewezen dat dergelijke definities niet veel steek houden, omdat het eigenlijk drie kenmerken van kunst zijn: het kunstwerk heeft een vorm, het drukt gevoelens uit en het heeft een relatie tot de werkelijkheid. Dit laatste kenmerk is overigens zoals gezegd het meest problematische van de kunst vanaf het moment dat ze modern is geworden. Daarnaast stelt zich nog een probleem. Het zijn immers drie kenmerken die “in” het kunstwerk zitten. Vanaf Duchamp is er ook kunst die status verworven heeft door externe elementen, nl. de readymade (1913). Dit heeft geleid, maar niet eerder dan begin de jaren zestig, tot een vierde definitie. Men is de vraag “wat is kunst?” gaan vervangen door “wanneer is kunst?” en het antwoord luidt dat iets kunst is wanneer het in een artistieke context als kunstwerk functioneert. Hoe dan ook wil ik nog eens beklemtonen dat in de twintigste eeuw de definitie die slaat op de realistische kunst het hard te verduren heeft gehad.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.