Merlin Spie (1969- )

Vanaf de jaren negentig is Body Art een van de vele mogelijkheden om kunst te maken. De avant-garde happenings hebben immers het statuut verworven te behoren tot de regels van de kunst. Het werk van Merlin Spie is daar een mooi voorbeeld van. Uiteraard hebben voor haar kunstenaars geëxperimenteerd met voedingsstoffen waarmee het lichaam ingewreven werd. Joseph Beuys (1921-86) met honing en vet is wel de bekendste onder hen. Maar dat doet er niet toe. Merlin Spie gebruikt perengelei, een kleverig roodachtig goedje waardoor ze een tweede huid aanbrengt die het midden houdt tussen een exclusieve feestjurk en de patina van een Afrikaans offerbeeld. Het werk van Merlin Spie heeft inderdaad met het religieuze het aanwenden van het ritueel gemeen. De herhaling van de handeling, die de kern van elk ritueel is, staat garant voor de diepte van de ervaring of op zijn minst voor de illusie ervan.

De Body Art van Merlin Spie behoort dan ook tot deze die nauw verwant is aan de “Performance”. Haar werk wordt maar statisch wanneer het op foto vastgelegd wordt of het blijft in beweging via video. Toch is het lichaam door en door medium. Niet alleen omdat ze het bedekt met een wel zeer letterlijk te nemen “voedende” laag, maar ook omdat ze ons verplicht anders te kijken naar sommige aspecten van de lichamelijkheid. Spugen is niet langer onderhevig aan het beleefdheidsverbod. Snot is geen haastig in een zakdoek te verbergen vuil, maar samen met tranen, zijn het vloeistoffen die tot de intiemste identiteit van een lichaam behoren. Vandaar dat zij het verzamelt: “Snot and tears from paradise (work in progress)”? Dit werk vertrekt van een doek waarin de eigen tranen een lange tijd opgevangen worden. Daarnaast deelt ze bij elke expositie buisjes uit aan de bezoekers, waarin ze hun eigen tranen kunnen bewaren. Aldus ontstaat er een emotioneel archief.

Merlin Spie heeft ook veel aandacht voor de vrijheid van het lichaam. Een dergelijke belangstelling wordt doorgaans gevoed met het besef van onvrijheid. Hierbij is ze niet zo zeer geïnteresseerd in de duidelijke gevangenissen van het leven, maar eerder in de verborgen dwang die zich vaak aandient als lieftalligheid. Vandaar dat zij zelf of een pop soms vast geprangd zit in een houten constructie. Nochtans is alles mooi in de omgeving: water, een gezellig huisje etc.

Dat Merlin Spie gretig gebruik maakt van haar artistieke geestesgenoten, waardoor een nieuwigheidje van de avant- garde een cultureel gebruik wordt van een postmoderne gemeenschap, komt zeer goed tot uiting in haar catalogus “In order to obey history” (7). Hierin plaatst ze foto’s van werken van de verwante kunstenaars naast de hare, zodat men een stamboom krijgt.

7) M. Spie, In order to obey history, Brugge, 2000

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.