Het dadaïsme en het neodadaïsme

Het dadaïsme Doorgaans wordt Duchamp een beetje tegen zijn zin ingedeeld bij “dada” (1916-1922). Zijn rol in de kunstgeschiedenis is echter te belangrijk om hem te laten verdwijnen in een kortstondige kunstenaarsbeweging. Het dadaïsme ontstond zeer ludiek in 1916 in Zürich, waar de eerste activiteiten zich afspeelden in het Cabaret Voltaire, een artistieke bar. Aan de wieg (toog) stonden niet alleen veel beeldende kunstenaars, maar vooral ook veel dichters. Vrij vlug werden er ook in andere steden activiteiten georganiseerd. Het hoofdmotief was dat als de rationele wereld iets irrationeels laat begaan zoals de aan de gang zijnde oorlog, men dan geen geloof meer moet hechten aan de rationaliteit. De functie van de kunstenaar is niet de zinvolheid, maar nog zinlozer te zijn om precies te … [Read more...]

Marcel Broodthaers (1924-1976)

Maria Gilissen, die het werk van haar echtgenoot koestert en behartigt bij wijze van levenswerk, zal het vermoedelijk niet leuk vinden dat ik Marcel Broodthaers reken tot het neodadaïsme. Ze is ervan overtuigd dat het werk uniek is en daarin heeft ze ook gelijk. Maar zowel het dadaïsme als het neodadaïsme beschouw ik als een naam voor een groep kunstenaars die precies niet tot een bepaalde heersende stijl wilden behoren. Het “shockerende” aan hun werk is precies de wijze waarop ze ontsnappen aan de heersende kunstvormen en niet zozeer de inhoud. Men is niet verontwaardigd wanneer men een urinoir ziet of een mosselpot, men schrikt wanneer een kunstenaar met niet artistieke elementen een artistiek systeem opbouwt. Dat heeft Broodthaers op een unieke manier gedaan. “C’est un tout”(4), zegt … [Read more...]

Marcel Duchamp (1887 – 1968) als grote vader van het neodadaïsme

Wanneer men tijdens  een lezing de “Fontein” (1917) van Marcel Duchamp toont, oogst men bij sommige publieken vandaag nog een storm - weliswaar in een glas water - van verontwaardiging. Dat deze fontein, die in feite een pissijn is en daarenboven een in acht exemplaren verkochte replica uit 1963, opzichtelijk voorzien van de handtekening “R. Mutt”, een keerpunt is in de kunstgeschiedenis, valt moeilijk te geloven. Zeker niet door het publiek waarvoor het bestemd was: “pour épater les bourgeois”. Het begin van de moderne kunst (±1875 als men er de voorlopers niet bijrekent) betekende wel een vernieuwing, maar met een aantal vaste waarden was het geen breuk: vakmanschap, waardevolle taferelen uit de realiteit van het dagelijkse leven, het geloof in het bestaan van schoonheidscriteria, … [Read more...]