Marcel Broodthaers (1924-1976)

Maria Gilissen, die het werk van haar echtgenoot koestert en behartigt bij wijze van levenswerk, zal het vermoedelijk niet leuk vinden dat ik Marcel Broodthaers reken tot het neodadaïsme. Ze is ervan overtuigd dat het werk uniek is en daarin heeft ze ook gelijk. Maar zowel het dadaïsme als het neodadaïsme beschouw ik als een naam voor een groep kunstenaars die precies niet tot een bepaalde heersende stijl wilden behoren. Het “shockerende” aan hun werk is precies de wijze waarop ze ontsnappen aan de heersende kunstvormen en niet zozeer de inhoud. Men is niet verontwaardigd wanneer men een urinoir ziet of een mosselpot, men schrikt wanneer een kunstenaar met niet artistieke elementen een artistiek systeem opbouwt. Dat heeft Broodthaers op een unieke manier gedaan. “C’est un tout”(4), zegt … [Read more...]

Kenmerken van de videokunst

De videokunst is niet enkel een reactie tegen de televisie. Ze heeft ook haar specifieke kenmerken, verbonden aan de formele mogelijkheden van dit nieuwe medium, al dan niet in vergelijking met aanverwante artistieke uitingsvormen. Dus niet in relatie met pottenbakken, maar wel bijvoorbeeld met schilder- en beeldhouwkunst, met computerkunst, met installaties, met literatuur en theater, met concerten en choreografie, en dus vooral met film en fotografie.(1) Het is een modernistische bewering dat een kunstmedium inherente eigenschappen veronderstelt en dat elke kunstvorm bekeken wordt als verschillend van alle andere op basis van het bezit van unieke kwaliteiten. Voor de schilderkunst zag men dit als: vlakte, drager, oppervlak, kleur en schaalverdeling. Voor de video ligt dat iets … [Read more...]

Body Art

Het lichaam heeft het in de Westerse cultuur hard te verduren gehad. Hoewel ik me kan voorstellen dat de geest de mooiste eigenschap van de werking van dat lichaam is, blijft het toch verwonderlijk dat lichaam en geest als gescheiden dingen opgevat werden. Plato heeft ons, kamelen die we zijn, opgezadeld met de minachting voor de zintuigen, zeg dus maar voor het lichaam. Slechts de geest is te betrouwen om de ideale waarden te kennen. Philo De Jood heeft al in de eerste eeuw stappen gezet om deze platonische opvatting in de christelijke leer binnen te sluizen. De Heilige Franciscus, die het lichaam “broeder ezel” placht te noemen, sprak in dat verband duidelijke taal. Voor de ganse geschiedenis van de vernedering van de lichamelijkheid en de eraan verbonden onderdrukking van de … [Read more...]

Fred Eerdekens (1951- )

Hoewel een geestesverwant van Rombouts, is Fred Eerdekens toch op een andere manier bezig met taal als artistiek medium. Rombouts bespeelt de toevalligheid van het letterteken en de mogelijkheden om om het even welk object geen dode letter te laten zijn. Men kan Rombouts dus onderbrengen bij de groep conceptuele kunstenaars die kritiek leveren op de wetenschap - in dit geval dus de taalwetenschap - door fictief en intuïtief zelf wetenschap te beoefenen: gegevens verzamelen, ordenen en analyseren. Eerdekens doet dit niet. Hij bekijkt het letterteken als teken en slaat een wig tussen de twee onafscheidelijke delen van het teken. De reeds aan bod gekomen de Saussure heeft twee begrippen in het leven geroepen om die twee aspecten van het teken te onderscheiden. De vorm van het teken, in beeld … [Read more...]

Taalfilosofie

In de conceptuele kunst staat het idee voorop. De materiële realisatie ervan is bijzaak, zo niet overbodig. Het idee is zelf “materiaal” geworden. Vaak zijn het ideeën over de maatschappij met een kritische inslag. De kunst is een product van de maatschappij. De kunstwereld gaat daardoor zelf deel uitmaken van het maatschappelijk gebeuren onder de vorm van een instelling. De conceptuele kunst geeft dus zelf kritiek op het “instituut” kunst. De kunst wordt als het ware een kunstcriticus die de maatschappij ondervraagt. Men zou dit de “sociologische richting” in de conceptuele kunst kunnen noemen. Daarnaast is er ook een aan de filosofie verwante vorm van conceptuele kunst. De kunstenaar wordt aldus beeldend filosoof. Toch is hij geen filosoof. In de filosofie wordt de rationaliteit nooit … [Read more...]

Roland Van den Berghe (1943- )

Naar aanleiding van het niet krijgen van de prijs van de “Jeune sculpture” in 1970, betreurt de kunstcriticus Marc Callewaert dat het jammer is dat de jury de gelegenheid heeft laten voorbijgaan om de enige beoefenaar van een werkelijk intelligente conceptuele kunst, Roland Van den Berghe, te onderscheiden. Zijn vogelvrije functie bezit naast een sterke plastische aanwezigheid de kracht van een uitdagend idee. De meeste andere inzendingen maken, hierbij vergeleken, een frivole of een alleen maar fraaie indruk”. (3) De auteur vindt ook een verklaring: “Maar ja, het is een werk waar je eigenlijk niet zo goed raad mee weet in een salon. Méér dan een sculptuur is het eigenlijk een toestand.” Dit verwoordt zeer goed de evolutie die Roland Van den Berghe doorlopen heeft. Zeer goed opgeleid aan … [Read more...]

Kunst als maatschappijkritiek

Haacke is een echte maatschappijkritische onderzoeker die via zijn werk de maatschappelijke machinaties, zeg maar “de truken van het circus”, probeert bloot te leggen. In die zin wordt de kunstenaar een wapenbroeder van de maatschappijkritische filosoof. De naam van de Franse filosoof, Michel Foucault (1926-84) mag hier zeker vallen, namelijk in de wijze waarop de “waarheid” bepaald wordt door de maatschappelijke machtsstructuren. Hans Haacke heeft zich vanuit een dergelijk “onderzoek” dan ook toegelegd op de banden tussen de commerciële wereld en de kunstmarkt. De vraag of iets kunst is, is eigenlijk alleen maar belangrijk binnen een economisch verband. Zolang het probleem van de definitie van kunst een zaak is van een onderonsje tussen filosofen en kunstenaars is er geen gevaar. … [Read more...]

Marcel Duchamp (1887 – 1968) als grote vader van het neodadaïsme

Wanneer men tijdens  een lezing de “Fontein” (1917) van Marcel Duchamp toont, oogst men bij sommige publieken vandaag nog een storm - weliswaar in een glas water - van verontwaardiging. Dat deze fontein, die in feite een pissijn is en daarenboven een in acht exemplaren verkochte replica uit 1963, opzichtelijk voorzien van de handtekening “R. Mutt”, een keerpunt is in de kunstgeschiedenis, valt moeilijk te geloven. Zeker niet door het publiek waarvoor het bestemd was: “pour épater les bourgeois”. Het begin van de moderne kunst (±1875 als men er de voorlopers niet bijrekent) betekende wel een vernieuwing, maar met een aantal vaste waarden was het geen breuk: vakmanschap, waardevolle taferelen uit de realiteit van het dagelijkse leven, het geloof in het bestaan van schoonheidscriteria, … [Read more...]

Installatiekunst

De avant-garde van de twintigste eeuw wou niet enkel breken met de academische canon van de schoonheid, zoals die door de eeuwen heen ontwikkeld werd. Met wisselende stijlen was men er steeds van overtuigd geweest de werkelijkheid zo correct mogelijk weer te geven. Ze stoorde zich ook aan een paar externe kenmerken van het kunstwerk. Men zou in de zoektochten naar mogelijke definities van kunst tot in de negentiende eeuw kunnen stellen dat een schilderij een drager is met verf, die ingelijst is. Een beeldhouwwerk is dan een object dat op een sokkel staat. De semiotici hebben ons geleerd dat kader en sokkel mee bepalend zijn voor de betekenis van het werk. Deze ‘hors-d’oeuvre’ van het oeuvre heeft dus meer met het werk te maken dan men zou denken. Wat de avant-garde echter dwars zat, is … [Read more...]