Bram Bogart (1921- )

Bram Bogart is een Nederlander die in 1969 Belg werd en zich even goed thuis voelt in Wallonië (Ohain), Vlaanderen (Kortenbos) als in Brussel. Daarenboven is Bogart een echte wereldburger: hij leefde in Parijs en Rome en heeft een indrukwekkende expositielijst op zijn naam staan. Hoewel om den brode opgeleid als huisschilder, kon hij toch zijn verlangen om kunstenaar te worden niet onderdrukken. Hij voelde de creatiedrang in zijn vingers. Daarenboven had zijn leerschool als huisschilder hem bijgebracht wat verf was. Dat was mooi meegenomen. Gelukkig heeft hij de stap gezet. Zijn werk is ondertussen niet uit de internationale hedendaagse kunst weg te denken. Zijn eerste schilderijtje bracht hij naar een kunsthandelaar die het meteen kocht. En ook deze die volgden. Voor een habbekrats … [Read more...]

Englebert Van Anderlecht (1918-1961)

Englebert Van Anderlecht volgde les aan de academie van Sint-Joost-ten-Node. De leraars die hij daar ontmoette sloten aan bij de schilderkunst van rond WO II die Paul Haesaerts het ‘animisme’ genoemd heeft. Een stijl die niet meer wilde weten van de vervormingen en overdrijvingen van het expressionisme. Er werd daarentegen gekozen om een bezieling te leggen in de scènes van het dagelijkse leven. Vrij intimistische interieurs of stillevens en portretten waarbij de ingetogenheid opvalt. De jonge Englebert ging in dezelfde trant schilderen en gaf blijk van talent, zoals men zegt. Een reis naar Parijs in 1947 opende evenwel zijn blik. Hoewel hij er geen lid van was frequenteerde hij toch ook de activiteiten van de Jonge Belgische Schilderkunst. Kortom, hij was nieuwsgierig naar iets anders, … [Read more...]

Antoine Mortier (1908-1999)

Bij Antoine Mortier vloeide het ‘informele’ niet echt losjes uit de pols. Hij is een zeer goed voorbeeld van wat men de gestuele kunst noemt. De ‘art gestuel’ is een stroming die van het dramatische expressionistische gebaar het wezen van de kunstcreatie maakt. Het aspect ‘gebaar’ heeft hier niet de bijbetekenis van het doen alsof. Het vertolkt het uitgangspunt dat schilderen niet enkel een activiteit van de hand is maar van het gehele lichaam. Inbegrepen het ritme dat een dergelijke lichamelijkheid kan ontwikkelen. De verfneerslag op het doek is de getuigenis van die eigenheid. De authenticiteit van een mens wordt gecontroleerd aan zijn duimafdruk. Deze van de kunstenaar aan de sporen van zijn bewegend lichaam. Dat is zowat de gedachte die erachter zit. Vaak wordt papier gebruikt als … [Read more...]

Het open kunstwerk

De informele kunst heeft ook de kunsttheoretici niet onberoerd gelaten. Sartre had het zelfs over een ‘zijnsleer van de materie’. Hij waardeerde het dat men zich in de twintigste eeuw bewust was geworden van de materie, samen met de drager en de penseelvoering. Materie brengt leven in het werk. Ze heeft de buitenwereld niet nodig. Zichzelf tonen volstaat. De psychoanalist, Anton Ehrenzweig, vond een verklaring waarom de chaotische indruk, die de informele kunst bij een eerste ontmoeting geeft, verdwijnt. Onder de ogenschijnlijke wanorde zit de verborgen orde, namelijk die van het onbewuste van de maker. Op hetzelfde onbewuste niveau communiceert de kijker met het werk. Het is vooral de semioticus, Umberto Eco, die interesse betoond heeft voor dit tekensysteem dat voordien geen … [Read more...]

Action painting – Informele kunst

In de zoektochten na WO II naar het ‘wezen’ van de schilderkunst, speelde de abstractie een grote rol. De mens, zoals hij vóór de oorlog voorgesteld werd, kon even niet meer in beeld gebracht worden. Schilderkunst moest vrijheid zijn, haar techniek heette ‘experiment’. Kunst hoefde haar kunde niet te tonen. Buiten de lijntjes kleuren mocht. De andere optie, abstracte kunst, die flirtte met de wiskunde, bleef al met al vormelijk. Dit formalisme, een spel met geometrische kleurvormen, dreigde de vrijheid van de hand van de kunstenaar al te veel te beperken. Te rationeel, dus te weinig opening voor het emotionele. Schilderen mocht geen cleane operatie zijn, maar moest een passioneel gevecht wezen. Dit surrealistisch principe van het loef geven aan het onbewuste leidde tot de Cobra. Deze … [Read more...]

Serge Vandercam (1924-2005)

Serge Vandercam past goed in de geest van de verwantschap met Cobra, zonder er een zuivere vertegenwoordiger van te zijn. In 1949 werd hij er lid van. Hij had immers Christian Dotremont leren kennen die ook aan de Brusselse Zavel woonde. Schilderen deed hij maar vanaf 1952. Van 1949 tot 1952 had hij al een oeuvre als experimenteel fotograaf gerealiseerd nadat hij een paar jaar eerder dit medium had ontdekt. Hij frequenteerde ook Taptoe als artistiek midden. De fotografie die Serge Vandercam beoefende, sluit aan bij de ‘subjectieve fotografie’ die bekend geworden is door de Duitser Otto Steinert (1915-1978). Dit soort fotografie maakte bewust gebruik van de specifieke mogelijkheden die het medium technisch bood, zoals contrast, onscherpte en perspectiefvertekening. Hierdoor beoogde men … [Read more...]

Luc Hoenraet (1941- )

Na de pioniers van de informele materiekunst van juist na WO II werden deze nieuwe esthetische principes verder aangewend door jongere generaties, zo bijvoorbeeld Luc Hoenraet. “The medium ‘is’ the painting” is geen parafrase van de beroemde uitspraak van Mc Luhan dat het medium de boodschap is. Het is een kerngedachte van Michael Parsons in zijn boek How we understand art. Hierin zet hij de ontwikkelingsfasen uiteen die mensen doorlopen bij het begrijpen van kunst. Het inzicht in het medium zelf is volgens deze auteur reeds een vergevorderd stadium. Dit verklaart het onbegrip van het grote publiek voor materiekunst. Het ongeoefende oog ziet in het voorstellingsloze vlak slechts dode materie, bevlekt met dat-kan-ik-ook-krabbels. Het is een grote miskenning, niet alleen van de kunst maar … [Read more...]