Jean Bilquin (1938- )

De artistieke loopbaan van Jean Bilquin ontplooit zich vanaf ca. 1980 volledig in de lijn van het hoger geschetste internationale kader. Niet voor niets was zijn tentoonstelling in 1999 in het Museum voor Moderne Kunst te Oostende een terugblik op de laatste twintig jaar. Was zijn werk voordien dan minder interessant? Zeker niet maar men voelt een kentering rond die periode. Al dan niet toevallig maakt hij dan werken waarin de breuklijn de kern vormt van een abstract spanningsveld. Er wordt gezocht naar een evenwicht tussen vege kleurstriemen die een middenlijn als aantrekkelijke scheiding hebben. In dit beeld wordt zeer eenvoudig een hoofdthematiek van Bilquin samengevat. Het is de taak van de kunstenaar om de thermodynamische wet van de entropie te negeren. Deze wet stelt dat de natuur … [Read more...]

Het academisme

De schilderkunst is in de twintigste eeuw als de feniks die telkens opnieuw herboren uit zijn as opstaat. Er zijn perioden geweest waarin de kunstexperts iedere kunstenaar aanraadden om de borstels op te bergen. Schilderkunst was vieux-jeu. De rage van de conceptuele kunst in de jaren zestig-zeventig was een dergelijke episode. Op andere momenten werd de kunstscène overspoeld door de resultaten van de schildersdrift, zoals in het begin van de jaren tachtig. In werkelijkheid is steeds een zeer groot aantal schilders blijven verder werken. Het is dus juister te spreken van wisselende aandacht voor de schildersproductie dan te doen alsof de kunstenaars geregeld de brui geven aan het medium verf. In de Biënnale van Venetië 2001 was nauwelijks een schilderij te bespeuren. In deze van 2003 was … [Read more...]

Avant-garde

De term “avant-garde”(1) gaat terug tot de twaalfde eeuw. Nochtans is het pas sinds de vorige eeuw dat hij in een artistieke context gebruikt wordt als uitbreiding van een sociale betekenis. Pas na 1910 is er sprake van avant-gardekunst als tegenhanger van andere stromingen. Ongeveer gelijktijdig waren er meerdere avant-gardes: futurisme, kubisme, suprematisme, dada, surrealisme, enzovoort. Ze zetten zich af tegen allerlei burgerlijke en academische uitingen. Na ’45 wordt zowat iedere nieuwe stroming als avant-garde beschouwd. Avant-garde wordt bijna elke kunst die niet door zondagsschilders gemaakt is. Doorgaans onderscheidt men drie verschillende vormen van artistieke avant-garde. Of al eens vier, al naar gelang de reactie van de kunst vanaf het laatste kwart van de twintigste eeuw … [Read more...]

De transavant-garde

De door Jencks voorgestelde term “post­avant-garde” heeft niet echt ingang gevonden. Misschien kan hij gebruikt worden als de ruimste indeling van alle reacties op het avant-garde imperialisme. Eén van deze reacties is de transavant-garde, een naam die wel is ingeburgerd geraakt. Concreet wordt deze stroming verbonden aan een groep Italiaanse schilders, die eind de jaren zeventig door de criticus Bonito Oliva samengebracht en gepromoot werd, namelijk Chia (1946), Clemente (1952), Cucchi (1949) en Paladino (1948). Het is een vorm van het “nieuwe schilderen” op een neo-expressionistische wijze, zoals zich dat rond 1980 als een verhoogde belangstelling voor de schilderkunst manifesteerde. Er was toen werkelijk sprake van een schildersdrift als reactie tegen de conceptuele kunst die het … [Read more...]