Body Art

Het lichaam heeft het in de Westerse cultuur hard te verduren gehad. Hoewel ik me kan voorstellen dat de geest de mooiste eigenschap van de werking van dat lichaam is, blijft het toch verwonderlijk dat lichaam en geest als gescheiden dingen opgevat werden. Plato heeft ons, kamelen die we zijn, opgezadeld met de minachting voor de zintuigen, zeg dus maar voor het lichaam. Slechts de geest is te betrouwen om de ideale waarden te kennen. Philo De Jood heeft al in de eerste eeuw stappen gezet om deze platonische opvatting in de christelijke leer binnen te sluizen. De Heilige Franciscus, die het lichaam “broeder ezel” placht te noemen, sprak in dat verband duidelijke taal. Voor de ganse geschiedenis van de vernedering van de lichamelijkheid en de eraan verbonden onderdrukking van de seksualiteit is hier geen plaats. Nog minder voor het verschijnsel dat het verbod op het lichamelijk genot, precies de aantrekkelijkheid ervan heeft verhoogd.

Het is pas Nietzsche die Plato en het christendom de les spelt en oproept tot een ja – zeggen tegen het leven en het lichaam (1). Al in de oudheid had hij voorlopers, vb. Epicurus en Lucretius. Zelfs de preutse Spinoza, in de zeventiende eeuw, gaf een filosofische onderbouw voor het belang van de lichamelijkheid. Een van zijn navolgers, de Hollandse libertijn Adriaan Beverland, blijkt zelfs de eerste te zijn die een radicale bijdrage geleverd heeft voor de emancipatie van de vrouwelijke seksualiteit (2). Toch is het Nietzsche geweest die het duidelijkst was in zijn strijd voor de aanvaarding van de concreetheid van het lichaam. Een gedachte die tot de tweede helft van de twintigste eeuw heeft moeten wachten voor ze haar gang kon gaan. Het zijn inderdaad de door Nietzsche geïnspireerde Franse filosofen (Foucault, Barthes, Deleuze,…) die vanaf de jaren zestig een ware lichaamsfilosofie geformuleerd hebben. Het is dan ook niet verwonderlijk dat gelijktijdig in de kunstwereld het lichaam een belangrijke rol is gaan spelen. Niet als naaktmodel maar als medium, als een middel om de kunst mee te maken.

De Body Art maakte vanaf midden de jaren zestig opgang. Er waren geestelijke voorvaders. Zoals bijna steeds in dergelijke aangelegenheden moet men terug naar de dadaïst, Marcel Duchamp. Indien immers alles kan gebruikt worden als kunstwerk, dan kan ook het lichaam artistiek materiaal worden. Een van de eerste Body Art beoefenaars verwijst overigens expliciet naar de “Fontein”/ pissijn die Duchamp als readymade kunstwerk maakte. In zijn “Zelfportret als een Fontein” (1966) spuugt Bruce Nauman een waterstraal vanachter een ingekaderd glas, dus in de richting van de toeschouwer.

Er valt een rechtstreekse lijn te trekken van het dadaïsme naar de pop-art en, de Franse versie ervan, het Nouveau Réalisme, wat het integreren van de dagelijkse realiteit betreft. Yves Klein mag dan ook als een tweede oervader van de Body Art vermeld worden. In zijn “Anthropométries”(1960) gebruikte hij in blauwe verf gedrenkte vrouwenlichamen als levende borstels. De Japanse body-artieste, Shigeko Kubota heeft hem vijf jaar later een feministische lik op stuk gegeven met haar “Vagina Painting”, een schilderij met menstruatiebloed geschilderd via een borstel die aan haar slip was vastgemaakt. In elk geval is deze act tevens een bijzonder letterlijke illustratie van wat bedoeld wordt met “Fluxus”, de naam van de beweging waartoe dit soort happenings met het lichaam gerekend wordt. Fluxus organiseerde allerlei artistieke manifestaties die kunst en leven dichter bij elkaar kunnen brengen. Alles is in voortdurende vloed, de panta rhei-gedachte van Heraclitus, is de achterliggende filosofie. De fusie tussen kunst en leven, samen met de steeds terugkerende vraag naar wat kunst is, kwam nog tot uiting wanneer de “Merda d’artista”-makende Piero Manzoni zijn naam signeerde op lichamen van mensen en aldus “Levende Sculpturen” creëerde. Een onder hen was onze Marcel Broodthaers en van de slag werd het pas gedoopte kunstwerk zelf kunstenaar, met het gekende succesrijke gevolg. Omgekeerd gingen Gilbert & George uit van het standpunt dat indien een levend lichaam kunst kan worden het dan maar best het lichaam van de kunstenaar kan zijn en ze stelden zichzelf te kijk doorheen een oeuvre lang. De relatie van de Body Art met de conceptuele kunst (de gedachte achter het kunstwerk is belangrijker dan het resultaat van de materiële uitvoering) is ondertussen ook duidelijk geworden en de oervaders zijn gekend.

Meer lezen over dit onderwerp

Comments are closed.