Het abstract expressionisme of de lyrische expressie

Het abstract expressionisme heeft een mengelmoes van invloeden. Die verscheidenheid is op zich reeds een kenmerk. In de strijd tegen de vooroorlogse heersende kunst komt zeer vaak de naam Picasso (1881-1973) opduiken. Als gangmaker van het kubisme stond hij voor een nieuwe benadering van de kunstenaar om te schilderen via analyse en synthese van de werkelijkheid. Dit was in tegenstelling tot het nabootsen of het vervormen van de werkelijkheid. Na de miserie van de oorlog vond men dit te “ideologisch”. De realiteit moet immers niet meer nagebootst worden ze is immers al vernietigd. Het idealistische mensbeeld, dat in het expressionisme tot uiting kwam, had gefaald. Het humanisme was even om zeep. De menselijke figuur kon niet meer voorgesteld worden. De mensheid moest zich even schamen. De abstractie maakte schoon schip. Picasso was hierin de held omdat hij behalve in de afstandelijke houding die het kubisme aanneemt (analyse en synthese), een nieuw model van kunstenaar voorstond, namelijk diegene die beelden steelt en ze zich toeëigent door vernietiging. Dit is een twintigste-eeuwse nieuwigheid. De ontbinding eigen aan het leven zelf tonen was al gebeurd, maar de werkelijkheid tonen door haar te ontbinden nog niet. Daarom werd hij door het Amerikaanse abstract expressionisme gewaardeerd. Ook in het naoorlogse België werd hij als genie erkend. Het principe van de gelijktijdige veelheid van invalshoeken, dat in feite hetzelfde is als het vernietigen van één vaste kijk op de dingen, werd als een grote bevrijding aangevoeld. Een eeuw voordien had Nietzsche dit perspectivisme, deze veelheid van invalshoeken, als houding vooropgesteld.

De vrijheid die het abstract expressionisme genomen heeft, had een tweede bron, namelijk het surrealisme. Hier speelde Freud, een confrater van Nietzsche onder de bevrijders van het gedachtegoed van de twintigste eeuw, een rol. Zijn centraal begrip “drift” betreft een psychische realiteit die verankerd is in het lichaam. Het lichaam heeft de mogelijkheid om onbewust deze driftmatigheid te uiten. De kunst kan er de neerslag van zijn. Deze gedachte leidde tot het principe van de “écriture automatique”, ten berde gebracht door Breton, de Franse vader van het surrealisme. Hoewel oorspronkelijk voor het schrijven gebruikt, werd het door het abstract expressionisme overgenomen in het schildersproces. Het woord “proces” staat hier overigens op zijn plaats omdat in deze kunst het proces van het maken van kunst als artistiek belangrijker werd geacht dan het gefixeerde eindresultaat. Het kunstige zit hem in het maakproces niet in het maaksel. Het Amerikaanse abstract expressionisme wordt algemeen bekend in Europa door de rondreizende tentoonstelling “The New American Painting”, georganiseerd door het MoMA tussen 1958-1959.

De boegbeelden van het Amerikaanse abstract expressionisme zijn Jackson Pollock (1912-1956) en Willem de Kooning (1904-1997). Hun werk kreeg ook de naam “Action Painting” mee, vanwege de nadruk op de lichamelijke activiteit bij het schilderen. Verder ook Mark Rothko (1903-1970) en Barnett Newman (1905-1970). Hun werk wordt ook “Colour-Field Painting” genoemd, omdat ze met grote kleurvlakken werken, waarbij het ruimtelijke effect een grote rol speelt. In Europa vindt men dan weer de naam “informele kunst” om de nadruk te leggen op het vormloze, nl. op de niet duidelijk af te lijnen vorm, eigen aan vlekken en verfstrepen die hun eigen weg gezocht hebben. De verfmaterie speelt hier een belangrijke rol. De Franse schilder Georges Mathieu (1921), gekend om de snelheid waarmee hij zijn schilderijen maakt, heeft voor hetzelfde de naam “lyrische abstractie” ingevoerd.

Zoals gezegd hebben vele jonge schilders in België na WOII het gewoon figuratieve expressionisme weggewist door een abstracte schildersstijl. De meest gehanteerde term is hier “lyrisch ab­stract”. Zelfs de mooie meiden schilderende pop-art kunstenaar Pol Mara (1920-1998) heeft een dergelijke abstracte periode gehad. Jan Burssens (1925-2002) voerde de dripping techniek van Pollock in. Pierre Vlerick waarover we het hier verder willen hebben, had meer affiniteit met Willem de Kooning.

Meer lezen over dit onderwerp

Comments are closed.