De oude media – grafiek

Hoewel “nieuwe media” de toverformule is van de kunst van de jaren negentig, bestaan er ook nog oude media die een rol spelen in het maken van vernieuwende kunst. Zo o.a. de zogenaamde grafische kunsten. Het ambachtelijk karakter en het er noodlottig aan verbonden traditionalisme maakt dat deze technieken in de ogen van velen omgeven zijn met een zweem van oubollige pietepeuterigheid.

Al vlug wordt de verzamelwoede van de volgens een dergelijke methode tot stand gekomen prenten gelieerd aan het collectioneren van postzegels. De schoonheid van deze beelden wordt dan gelijkgesteld met de verwaterde aquarelprenten die slecht geschreven kinderboeken moeten verluchten. Het laatste werkwoord zegt al genoeg. Op de verkoopmarkt moeten deze prenten onzorgvuldig naast elkaar gestouwd ruimte bedingen in muffige boekantiquariaten. Ik behoor niet per se tot die velen, al kan ik hen vaak begrijpen. Los daarvan ben ik overtuigd dat de grafische kunsten een belangrijke rol vervullen precies omdat ze in de beeldcultuur een eigen medium zijn met effecten die men via andere wegen niet kan bekomen. Dat is toch een belangrijke taak van de kunst, namelijk boodschappen nuanceren via verscheidenheid in de middelen en de wijze waarop ze gemaakt worden. Vergeten we niet dat poëzie “maaksel” betekent. Iets is “poëtisch” wanneer er meer aandacht is voor de wijze waarop de boodschap gemaakt is dan voor de informatiewaarde. Wanneer het “hoe” primeert wordt het “wat” spraakzamer en boeiender in zijn schakeringen.

Toch kan men niet zeggen dat de kennis van de druktechnieken gemeengoed is. De term “grafiek” is de ruimste benaming maar sommigen zien zelfs het verschil niet met een zwart-wit tekening of een schilderij op papier, of ze hebben het steeds over “ets” of “litho” zonder kennis van het procédé. Vandaar dat we kort even de werkwijze van de verschillende methoden op een rijtje zetten.(1) Ik raad tevens iedereen aan eens een kijkje te nemen in een grafiekatelier, want dat is een boeiend schouwspel. Dat kan bijvoorbeeld in het Frans Masereel Centrum in Kasterlee waar kunstenaars kunnen komen drukken.

In de grafiek kan je door het gebruik van drukprocédés verscheidene quasi identieke kunstwerken verkrijgen. Om dat te bereiken werkt men steeds met verschillende stappen. Niet het houtblok, de plaat of de steen is het kunstwerk, maar wel de afdruk. Die afdruk wordt “prent” genoemd, afgeleid van het Oudfranse “preinte”, dat verwijst naar “de toestand van gedrukt zijn”. Het geheel van identiek afgedrukte prenten is de oplage. Die wordt door de kunstenaar genummerd en gehandtekend.

Hoogdruk

Bij de hoogdruk ligt al wat afgedrukt wordt verhoogd: wat niet afgedrukt mag worden, snijdt men weg. Voor de houtsnede wordt dus al wat wit moet blijven, weggehaald. De afdruk is dan zwart op een witte achtergrond, het spiegelbeeld van wat op het blok achterbleef. Die bekomt men door de hogere delen met inkt in te rollen en onder een pers af te drukken. Voor iedere kleur is er wel een aparte blok nodig. Linoleum is een interessant vervangmateriaal voor hout. Het is zacht en maakt het snijden gemakkelijker.

Diepdruk

Bij diepdruk wordt de inkt uit fijne groeven op het papier overgebracht. Die groeven kunnen op allerlei manieren aangebracht worden maar het drukken gebeurt steeds op dezelfde wijze. De plaat wordt ingeïnkt, de inkt in de inkervingen gewreven en het oppervlak terug schoon gemaakt. Onder druk van de pers wordt de inkt uit de groeven opgezogen. In de gravure tekent de kunstenaar zijn onderwerp met een burijn in de koperplaat. Hij kan ook met een naald krassen: dat geeft de droge naaldtechniek. Het weggekraste koper blijft aan de randjes hangen en vormt bramen die de afgedrukte lijnen onscherp fluwelig maken. Het meest gebruikte diepdrukprocédé is de ets.

De plaat wordt eerst met een dun laagje vernis ingesmeerd. Deze etsgrond wordt zwart berookt en met de etsnaald tekent de kunstenaar op de koperplaat. Waar hij tekent wordt de vernis weggehaald en komt de plaat bloot. Door het indompelen in verdund salpeterzuur wordt de plaat ingevreten: dit is het “etsen”. Vermits enkel de tekening bloot staat aan het zuur, ontstaan daar gelijkmatige groeven. Hoe langer in het zuurbad, hoe dieper de groeven. Vlakken kan je in diepdruk niet weergeven, tenzij met een omweg: de aquatint. Over de plaat stuift men harskorreltjes die vastgesmolten worden. Waar geen korreltjes zijn, kan het zuur tijdens het etsbad inbijten. De kleine puntjes die daardoor ontstaan geven in de afdruk een grijs vlak weer. Door meer of minder te bestuiven kan de grijswaarde variëren. Gradaties verkrijgt men door delen van de plaat volledig met vernis te overdekken.

Vlakdruk

De lithografie of steendruk is het meest gebruikte vlakdrukprocédé: de tekening en de inkt liggen in hetzelfde vlak. Het procédé is gebaseerd op de afstoting tussen water en vet. Op een gladgeschuurde poreuze kalksteen wordt door de kunstenaar met vetkrijt getekend. Die tekening wordt vastgezet door het behandelen van de steen met vet krijt, hars¬poeder en mengsel van Arabische gom en salpeterzuur. De steen wordt bevochtigd, maar het water wordt op de vette delen afgestoten. De steen wordt met inkt ingerold. De inkt blijft slechts hangen op de niet natte delen, d.w.z. op de vette delen. Papier erover, onder de pers en de inkt wordt op het blad afgedrukt. De tekening staat ook hier in spiegelbeeld.

Voor iedere kleur is er een nieuwe steen en een nieuwe drukgang nodig. Steeds meer wordt ook gebruik gemaakt van de offset-litho. Het systeem is hetzelfde maar in plaats van steen worden metalen platen gebruikt. Deze kunnen op een cilinder gerold worden. De afdruk gebeurt via een tussenrol in rubber. Daardoor krijg je een afdruk identiek aan de plaat en geen spiegelbeeld.

Doordruk

De spattechniek met sjablonen is de basisvorm van zeefdrukken. Het principe is zo dat door een strak gespannen stuk stof (de zeef) verf wordt doorgedrukt. De afgedekte delen van de stof laten uiteraard geen verf door, de andere delen wel. Dat doordrukken gebeurt met de rubberen rakel: van boven naar onder wordt de verf gelijkmatig door de zeef gestreken. In feite is de zeefdruk of doordruk het enige grafische procédé waarbij geen drukpers wordt gebruikt. Het afdekken van de zeef kan op verschillende manieren. De zeef kan dicht gelakt worden of er kunnen stukken worden opgekleefd. Tegenwoordig wordt in vele gevallen een fotografisch procédé gebruikt. Daarvoor wordt de zeef met een lichtgevoelige laag bedekt. Daarop legt men een transparante fiche waarop de tekening is aangebracht. Dan wordt de zeef sterk belicht. Ook kan men rechtstreeks een fotonegatief projecteren. De lichtgevoelige stof wordt hard waar er licht opvalt. De andere delen kunnen met een krachtige straal weggespoeld worden.

1) M. Buddemeyer, H. van der Eng & S. Suk (red.), Grafische technieken, Stichting Teleac, Utrecht, 1988. L. Christiaens e.a., Kunst en kunst maken, OKV, Gent, 1983. F. Van der Linden, De grafische technieken, Cantecleer, De Bilt, 1979.

© 2008 – 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.