Lieve De Pelsmaeker (1936-1984)

Lieve De Pelsmaeker is allicht voor velen een onbekende naam. Hoewel in de kunstwereld het cynische gezegde gangbaar is dat een goede kunstenaar een dode kunstenaar is, mag men om bekend te blijven niet te vroeg sterven. Dit overkwam Lieve de Pelsmaeker. Nochtans heeft ze een rol gespeeld in de geschiedenis van de kunst die het medium keramiek als een volwaardige sculpturale expressievorm beschouwt. Met daarenboven een avant-gardistische dimensie. Vanaf 1964 was ze aanwezig in collectieve tentoonstellingen die men – ook vandaag nog – gerust internationaal mag noemen.

Ze begon begin in de jaren zestig als materiekunstenaar die de natuurlijke dimensie van het keramische ten volle liet zien via abstracte vormen. Sculpturen die de organische verwantschap toonden met de lavastenen. Een vulkaan is immers een natuurlijke oven die met een bijzonder snelle dynamiek nieuw gesteente creëert. Dit in tegenstelling tot het feit dat we gewoon zijn te veronderstellen dat stenen ouderdom hebben. Lieve De Pelsmaeker herschiep dit proces in haar oven. Ze was daarin toen vernieuwend maar niet uniek. Dit laatste was ze wel wanneer ze een combinatie maakte tussen keramiek en assemblagekunst. Ze gebruikte hiervoor afgedankte stukken van de elektriciteitsindustrie zoals stopcontacten, zekeringen, toppen die draden in de goede richting hielpen leiden enz…

Nog experimenteler werd ze toen ze haar keramische muziekinstrumenten maakte. Ze gaf hieraan de naam ‘sonomobielen’. Deze waren niet louter functioneel, maar konden ook als volwaardige sculpturen doorgaan. Sonomobielen zijn objecten in keramiek die, zoals hun naam het zegt, bewegen en geluiden voortbrengen. De voortgebrachte klanken, al dan niet in concertverband, doen denken aan de eenvoudige muziek van primitieve culturen. Anderzijds verwijzen deze klanken naar de geluiden uit de kinderjaren, wanneer men plezier vond in het horen van een rammelaar en het ratelen van speelkaarten tegen de spaken van het eerste fietsje.
Het werk van Lieve De Pelsmaeker moet door verschillende zintuigen simultaan ervaren worden, zonder de totaliteit te laten verloren gaan, zoniet wordt het zinloos. Een buisje is niet zomaar een buisje, het is een hoorn, een luidspreker, een klankkast, maar ook een sierlijke vorm, gemaakt uit korrelige tastbare materie. Je kan zien, voelen en horen. Kortom, het is een ruimtelijke ervaring, die aanzet tot mijmeren, zodat de artistieke manifestatie innerlijk voortgezet wordt. De toeschouwer-bespeler geniet van een meerdimensionale ervaring: visueel, tactiel en auditief.

De toeschouwer blijft niet meer louter contemplatief, maar hij wordt opgenomen in de totaliteit van het artistiek gebeuren: de happening rond het object. Logos, een werkgroep voor geëngageerde avant-gardemuziek is er ooit (1975) in geslaagd een ‘sonomobilofonië’ te componeren en uit te voeren. Het geheel kan een interessant experiment in de elektronische muziek genoemd worden. Deze toepasbaarheid doet geen afbreuk aan de sculpturale waarde van het werk van De Pelsmaeker.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.