Het Belgisch hyperrealisme

Wim Van Mulders heeft dan ook geen gelijk wanneer hij schrijft: “Kenmerkend voor al deze Amerikaanse schilders is hun virtuoze, illusionistische stijl waarin meer dan eens de harmonie tussen het perfecte detail en het overtuigende totaalbeeld de indrukwekkende inspanning accentueren. In België hebben Roger Wittevrongel, Marcel Maeyer, Guy Degobert, Antoon de Clerck en Pierre Lahaut in het kielzog van deze stijl hun oeuvre tijdelijk of permanent uitgebouwd”. Dit geldt voor Maeyer en de Clerck, (4) niet voor Degobert en Wittevrongel. Deze laatsten zijn niet op de kar gesprongen, maar kwamen via een eigen artistieke evolutie tot hun realisme.

Het Amerikaanse hyperrealisme uitte zich immers ook in de beeldhouwkunst. De ontmoetingen met deze werken behoren tot de weinige keren dat ik geschrokken ben in een museum. Een bepakte volksvrouw verwacht men niet in een museum, evenmin een meisje dat met een transistor aan een keukentafel zit. Dit laatste werk uit het Museum van Moderne kunst in Oostende is van Jacques Verduyn, die de Belgische beeldhouwer is van het hyperrealisme. De figuren zijn in polyester, levensgroot, zo nagebootst, met poriën en al, dat het net levende wezens lijken.

Tenslotte mag men niet vergeten dat zeer veel kunstenaars in het midden van de jaren zeventig onder invloed van het hyperrealisme realistischer gaan schilderen of beeldhouwen binnen hun eigen, soms expressieve, stroming.

4) K. De Wolf, Antoon de Clerck, Wommelgem, 1993.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.