Kijken is de kunst

Hedendaagse kunst is gemakkelijk, niet om te maken, maar om te begrijpen. Dit is het omgekeerde van wat men hierover doorgaans pleegt te zeggen: “Men begrijpt het niet, maar men kan het ook.” Interessante kunst is vandaag nog moeilijk te maken, omdat ze het resultaat is van een evolutie van bijna honderdvijftig jaar. Aan het begin van die evolutie wisselde het esthetische criterium “mooi” voor “nieuw” en de eraan verbonden “originaliteit”. Mooie dingen blijven creëren is uiteindelijk gemakkelijker dan steeds “nieuw” te moeten zijn.

Daarom is kunst maken vandaag zo moeilijk. Om dezelfde reden is kunst begrijpen vandaag zo gemakkelijk. Sinds het begin van de jaren tachtig is de kunst immers op haar stappen teruggekeerd. De nieuwe verworvenheden zijn een stelletje regels geworden die vrij kunnen gebruikt worden. Door dit hergebruik is dat soort kunst niet meer “nieuw” in de strikte zin van het woord. Kunst is van dan af niet meer nieuw om nieuw te zijn. Dit is de basisregel van wat men avant-garde genoemd heeft. De “avant-garde” is de gemeenschappelijke naam voor een reeks stromingen in de kunst, die ten eerste wilde breken met de traditionele regels van de kunst (de canon genaamd) en ten tweede een of meerdere eigen regels als basis van een kunststijl in de plaats zetten (code genaamd). Het “nieuwe-om-het-nieuwe” was hier het doel. Let op, dit klinkt lichtvoetiger dan het was. Iets nieuws vinden is niet niets. Het vergt een grote zoektocht, maar precies dit onderzoek, dit experimenteren was de methode om kunst te maken. Steeds verbonden aan de zelfbevraging: “wat is kunst nu uiteindelijk?”. De antwoorden werden steeds op zich een kunststroming. Er kwam ook nooit een volledig antwoord op de vraag. Telkens werd een gedeeltelijk antwoord gegeven op basis van een kenmerk van de kunst dat men essentieel achtte. Zo bijvoorbeeld: de sfeer rond de dingen weergeven (impressionisme); de essentie uitdrukken (expressionisme); verschillende invalshoeken te gelijk tonen (kubisme); de beweging tonen (futurisme); breken met elke traditie (dadaïsme); ongekende relaties tussen de dingen leggen (surrealisme); de kleurkracht van een vlak beklemtonen (verschillende soorten geometrisch abstract), de gevoelens de vrije loop laten (abstract expressionisme); het alledaagse zichtbaar maken (pop-art); de grenzen van de artistieke soberheid verleggen (minimalisme); een kunstwerk herleiden tot de gedachte die er achter zit (conceptueel) en reëler zijn dan de realiteit (hyperrealisme). Het spreekt voor zich dat een kat hierin haar jongen niet terugvindt. Telkens het publiek begon te snappen waar het om ging, kwam er een nieuwe avant-garde stroming met nieuwe artistieke regels. Daarenboven verwierpen ze de oude regels, inclusief deze regels van de zopas voorbije stroming. Deze avant-gardistische houding is een kenmerk van de moderne kunst. Het modernisme wenste een intellectualistische kunst voort te brengen. Gemakkelijk begrijpbare kunst was verdacht. Hoge cultuur moet van de lage onderscheiden blijven. Kunst moet elitair zijn. Ondertussen is deze moderne kunst begrijpbaar geworden. Ze heeft immers haar eigentijdse vreemde nieuwheid verloren om in de geschiedenis opgenomen te worden. En de geschiedenis kan men leren. Haar tentoonstellen trekt hopen volk. Audio-toestellen en brochures leggen alles haarfijn uit. Vormingscursussen scheppen duidelijke kaders over kunst uit het zeer nabije verleden. Daarom is kunst begrijpen van voor de jaren tachtig zo gemakkelijk geworden.

 

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.