René Magritte (1898-1967)

René Magritte is internationaal ongetwijfeld de meest bekende kunstenaar van België. Hoewel deze bekendheid vooral gebaseerd is op werken van voor ’45, is zijn naam onmisbaar in deze reeks. Hij schilderde immers tot aan zijn dood en om zijn buitenlands succes te beleven moest hij wachten tot de jaren vijftig. Men zou zelfs kunnen zeggen dat Magritte het schoolvoorbeeld is van het surrealisme. Niet dat hij het uitgevonden heeft, maar hij heeft het ontwikkeld tot op een zeer hoog niveau met een niet aflatende zucht naar consequentie. Vandaar dat hij schilderen ook vervelend vond. Schilderen is immers realiteit.

Magritte heeft eenmaal in zijn leven gebroken met zijn minutieuze beredeneerde manier van schilderen. Een kortstondige breuk die wel belangrijk is in de kunstgeschiedenis van na ’45. In 1948 werd hij uitgenodigd door de galerie Faubourg om zijn eerste eenmanstentoonstelling te houden in Parijs, toen nog steeds de enige hoofdstad van de kunst. Hij vroeg zijn literaire spitsbroeder, Louis Scutenaire (1905-1987), raad over wat hij het beste zou tonen. Deze antwoordde hem dat hij niet mocht vergeten dat de Parisiens de Belgen beschouwen als een lomp boerenvolk met een taaltje dat nauwelijks Frans genoemd kan worden. Dat beeld moet in ere gehouden worden. Geïnspireerd door de woorden van zijn surrealistische vriend, maakte Magritte in vijf weken 17 olieverfschilderijen en 22 gouaches. Allemaal om ter lelijker. Vandaar de naam ‘période vache’. Het zijn los uit de pols geschilderde taferelen die niets betekenen. Daar waar Magritte in zijn oeuvre vragen stelt naar de zinvolheid van vastgelegde betekenissen, geeft hij hier antwoorden die idioot en zinloos zijn. De zinvolheid in vraag stellen of de zinloosheid tonen is niet hetzelfde. Dit laatste sluit wel aan bij de naoorlogse belangstelling voor het absurde, zoals het in het theater aan bod kwam. In Parijs kreeg hij echter geen applaus. Er werd niets verkocht en de plaatselijke surrealisten waren kwaad omdat ze vonden dat er met hen gelachen werd. Meteen wisten ze ook wat een boertige lach is. Magritte zelf heeft het ervaren als een beleving van ‘plaisir’. Toch is hij teruggekeerd naar de noeste arbeid van het minutieus schilderen. Hij was overigens na ’45 ook niet te beroerd om oude werken te hernemen zodat er van sommige meerdere versies bestaan.

Magritte’s werk begrijpen is eenvoudig. Het valt niet te begrijpen. Daarom is het ook surrealisme. Was het te begrijpen dan zou het ‘symbolisme’ heten, nl. tekens die verwijzen naar cultureel afgesproken betekenissen. Men kan stellen dat Magritte met beelden hetzelfde heeft willen doen als wat de taalkundige de Saussure, met de taal gedaan heeft in zijn Cours de linguistique générale. Hierin splitst hij een teken op in zijn vormaspect (‘signifiant’) en zijn betekenisaspect (‘signifié’), die elkaar wederzijds bepalen. Een van de fundamentele eigenschappen van het taalteken is dat de relatie tussen ‘signifiant’ en ‘signifié’ zuiver willekeurig is, d.w.z. dat er geen natuurlijke relatie bestaat tussen de vorm en de betekenis van een taalteken. Magritte past dit toe in zijn werk door deze willekeurigheid ten top te drijven. Het duidelijkst is dat in de schilderijen waarin hij ook woorden gebruikt. In La Clef des songes ziet men een ei met het woord ‘acacia’ onder geschreven; bij een vrouwenschoen staat ‘maan’ en onder de bolhoed ‘sneeuw’. Magritte speelt met ons verlangen om duidelijke betekenissen te vinden. Hij brengt verwarring teweeg. Dit schilderij verheerlijkt de niet-betekenis, vanuit het surrealistische standpunt dat betekenissen niet zo evident zijn als we wel menen. Magritte schildert beeldspraken, maar ze zwijgen. Hierdoor zijn ze mysterieus. Men spreekt met betrekking tot zijn werken vaak over rebussen. Een rebus is een soort van raadsel waarbij een woord of zin op een ongebruikelijke wijze door beelden, tekens of lettergroepen wordt weergegeven. Zijn werk is inderdaad raadselachtig. Men kan echter niet niet-betekenen. Aan elke vorm wordt een betekenis gegeven als hij opgenomen wordt in een cultuur. Er wordt dus enkel gebroken met de evidentie van de betekenis. Zijn raadsels staan open voor alle mogelijke invullingen afhankelijk van de toeschouwer.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.