Aspecten van de Belgische Kunst: inleiding (I)

De boeken en de website rond Belgische Kunst na ’45 zijn gegroeid uit een artikelenreeks die eerder verscheen in het maandblad Arts Antiques Auctions. Er werd me op het hart gedrukt zo bevattelijk mogelijk te schrijven. Een uitdaging die ik, sinds ik voor het Snoecks jaarboek schrijf (2002), boeiender vind dan de geleerddoenerij eigen aan het jargon van het kunstwereldje en, laat het ons bekennen, ook vaak verbonden is aan het beroep dat ik uitoefen. Het is de bedoeling dat het leesbaar is voor een zo breed mogelijk publiek. Niet per se voor Jan met de pet, maar toch voor zij die open staan voor het Schone. Maar ook voor hen die nieuwsgierig zijn naar de in vraagstelling van het Schone, de zoektochten uit de twintigste eeuw naar nieuwe schoonheden of schone nieuwigheden. Het visueel plezier van de kunst na ’45 ontgaat velen. Dit is zeker het geval wanneer het de meest recente stromingen betreft. Iedereen ziet graag wat hij graag ziet, dat is allicht een van de rechten van de mens, of misschien zelfs een plicht. Toch biedt ook de nieuwe kunst een enorme visuele rijkdom. Het komt er op aan er te leren naar kijken.

Indeling

Het eerste boek bestaat uit vijfentwintig hoofdstukjes die elk op zich lees- en begrijpbaar zijn. Dit maakt dat men de lectuur om ’t even waar kan aanvangen. Het heeft ook tot gevolg dat er al eens een herhaling kan vastgesteld worden, maar iedereen kent de educatieve vruchtbaarheid van de repetitie. Deze indeling werd ook op deze website behouden.

Nieuwe kunst

Het criterium “nieuw” is niet nieuw. Het is inherent aan het menselijke waarnemingssysteem, vertellen de psychologen ons. Willen we immers de aandacht bewaren voor de dingen om ons heen, dan worden die dingen liefst geregeld in een nieuw kleedje gestopt. De kunstgeschiedenis is daar het dode bewijs van. Diezelfde psychologen leren ons ook dat sowieso een bepaald percentage van de mensheid bang is voor nieuwe kleedjes en liever de solden koopt. Dit niet zozeer uit zuinigheid, maar om niet op te vallen, uit conservatisme en uit vrees voor al wat verandert.
Er is een verschil tussen het oude “nieuwe” en het nieuwe “nieuwe”. Tot voor het midden van de negentiende eeuw kan men de vernieuwing in de kunst zien als een evolutie die samenloopt met de andere aspecten van een veranderende cultuur. De kunst was een bevestiging van de gemeenschappelijke waarden van de gemeenschap. Na ongeveer 1850 komt er een crisis in de Westerse cultuur. Deze komt neer op het bewustzijn dat een dergelijke gemeenschappelijkheid geen grond heeft. “Nieuw”betekent dan ook niet langer een aanpassing aan de tijd, maar een breken met het bestaande. Dit vanuit de gedachte dat de kunstenaar vooruit moet zijn op zijn tijd (avant-garde). De kunst werd een ontkenning van de gemeenschappelijke waarden van de gemeenschap. Gevolg was dat een groot gedeelte van het mogelijke publiek zich niet meer terug vond in de nochtans eigentijdse kunst en haar de rug toekeerde. Men kan wat men het “postmoderne” is gaan noemen, begrijpen als een verzoening. De mens is zich bewust geworden van de diversiteit niet alleen tussen maar ook binnen culturen. Hij heeft dit als een waarde aanvaard. De kunst is een bevestiging geworden van de afwezigheid van gemeenschappelijke waarden van de gemeenschap, een ode aan het verschil.

Aspecten

Het boek ontleent zijn naam aan het feit dat ik per hoofdstuk stilsta bij een aspect van de Belgische kunst na ’45, telkens vertegenwoordigd door één of meerdere kunstenaars. Deze aspecten komen in grote mate overeen met de kunststromingen. Na ’45 is dat relatief simpel. Er zijn eerst de al dan niet kritische uitlopers van het expressionisme en het surrealisme. Een jonge generatie reageert daartegen vanaf de jaren vijftig door abstract te schilderen. Op deze wilde abstractie volgen in de jaren zestig twee reacties: een zeer minutieus afgelijnde abstractie (geometrisch) en terug naar een herkenbare vormgeving (pop-art: nieuwe figuratie). Nadien komt de idee dat kunst niet echt ambachtelijk moet uitgevoerd worden, maar dat het concept volstaat (conceptuele kunst). In de jaren zeventig keert de behoefte terug om een welbepaalde realiteit na te bootsen (hyperrealisme). Vanaf de jaren tachtig is er het postmodernisme dat verschillende gedaanten aanneemt. Er is enerzijds een nieuwe schildersdrift als reactie op de conceptuele kunst (neo-expressionisme en fundamentele schilderkunst). Anderzijds zijn er de frivole toeren van alles ondermijnende combinaties (de “echte” Pomo). Daarnaast zijn er de resultaten van het artistiek aanwenden van nieuwe media. Meer is het eigenlijk niet.
De chronologie werd maar gedeeltelijk gevolgd. Perspectieven lijken me belangrijker dan historische lijnen. De ruimte die aan de kunstenaars gegeven wordt, is ook niet per se een waardemeter voor hun vermeende belangrijkheid. Soms kregen ze meer plaats omdat ze een goed voorbeeld zijn om bepaalde aspecten van de kunst te verduidelijken. Hoe dan ook is het wat de belangrijkheid van de besproken kunstenaars betreft nog te vroeg om te weten wie onder hen geschiedenis zullen maken. Maar laat ons voorlopig genieten van hun actuele waarde. Hedendaagse kunst is er voor vandaag. Wat morgen gebeurt, doet er niet toe. Desnoods wegwerpen, zoals ooit voorgesteld werd. Maar precies daarom moeten we haar vandaag begrijpen, want morgen is ze verleden. Dan heeft ze ook de betekenis van een gebeuren dat voorbij is. Elk kunstwerk verandert van betekenis doorheen de tijd. Nu staat het voor wie we zijn, dan zal het staan voor wie we geweest zijn. Een blik levert een andere betekenis dan een terugblik. Beide betekenissen zijn niet dezelfde. De schoonheid van de kleren van Lodewijk XIV wordt anders gezien wanneer we er vandaag in het museum naar kijken, dan door zijn omgeving toen hij ze droeg. Dit voorbeeld van Wittgenstein voor de relativering van het gebruik van het woord “schoonheid” geldt ook voor de kunst van vandaag die deze van gisteren zal worden. De ervaring van het nieuwe is van een andere aard dan de souvenir aan iets wat ooit nieuw geweest is. De ervaring van een gebeuren is niet het zelfde als de kennis van getuigenissen, nl. de kunstwerken, van wat ooit gebeurd is.

© 2012, Willem Elias. All rights reserved. On republishing this article you must provide a link to the original article on www.belgischekunst.be.