Luc De Blok (1949- )

Luc De Blok is een materiekunstenaar. Hij is zich zeer goed bewust van het feit dat de eigenschappen van het materiaal op zich betekenisproducerend zijn. Het medium levert zijn eigen bijdrage in dit proces. Geschoold in het keramische bedrijf, ingewijd in de geheimen van het bronsgieten, om er maar enkele te noemen, kent hij de kunst in de zin van de Griekse ‘technè’, het inzicht in het ‘hoe’ van het maken. Toch is De Blok geen fundamentele materiekunstenaar, d.w.z. iemand die de materialiteit plastisch onderzoekt om de kenmerken ervan zichtbaar te maken. Luc heeft ook parallel eraan een als conceptueel te klasseren oeuvre ontwikkeld. Dit draait rond twee basisprincipes: het spoor (daar waar de link gelegd wordt met de materialiteit) en het surrealistisch beginsel van de omkering: het … [Read more...]

Bart Decq (1958- )

De werken van Bart Decq zijn een stekelijke eigenzinnige herwaardering van de waarden van de materialen: ijzer en hout, brons en steen, glas en leer, verschillende kunststoffen, liefde-haat materies om te smeden of te slaan, te hakken of te zagen, te gieten en te houwen, te smelten en te looien. De verbale taal is arm: het ene ijzer, hout, brons, steen, glas, leer is het andere niet. Umberto Eco wijst er in een artikel over kleur als een semiotisch probleem op dat we maar zeer weinig woorden hebben om de enorme rijke schakeringen (tot een aantal van 10.000.000 wetenschappelijk analyseerbaar) aan te duiden. We vergissen ons ook vaak. Daarenboven verwijst het benoemen van kleuren niet direct naar een toestand in de wereld maar wordt dit cultureel bepaald. Hetzelfde geldt voor de benaming en … [Read more...]

Jean-Georges Massart (1953- )

Jean-Georges Massart wil wilgen temmen. Hij kiest als eenvoudig materiaal de soepelste houtsoorten: bamboe en teenwilg. Wilg blijft buigzaam, maar bamboe kan hard worden. Door deze verharding wordt de textuur mooier. Een stuk bamboe krijgt al gauw de statische uitstraling van een cultusvoorwerp. Door het gebruik van okerpigmenten wordt die verwijzing naar het rituele nog versterkt. Het spel tussen natuur en cultuur wordt hier ten volle beoefend. Natuur wordt cultureel gebruikt, maar blijft naar zijn eigen aard verwijzen, de structuur van haar groeiproces. Wilg is vlechtbaar en laat zich in alle vormen plooien zelfs in deze waar de natuur het verst vandaan staat, nl. de geometrische. Hierdoor komt de spanning tussen cultuur en natuur nog beter tot uiting. Het grillige wordt aan … [Read more...]

Paul Gees (1949- )

De theoretische uitgangspunten die de verschillende kunststromingen kenmerken, kennen vele tegenstellingen. Een ervan is deze tussen subjectief en objectief. Ofwel wordt de basis voor de creativiteit van de kunstenaar gelegd in zijn diepste innerlijke en allerpersoonlijkste ervaring, ofwel wordt gesteld dat de kunstenaar de zorg heeft over de vormen van de objecten die de gemeenschap ten goede zouden kunnen komen. Het eerste, de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie, wordt in het kunstenaarsdiscours ook wel omschreven als dat kunst uit de buik zou komen i.p.v. uit de hersenen. De Italiaanse vertegenwoordiger van het Nouveau Réalisme, Piero Manzoni heeft met zijn werk Merda d’artista (1961), zijn ingeblikte faeces met nummering, voldoende duidelijk getoond wat een … [Read more...]

Florence Fréson (1951- )

Deze kunsthistorica, die pas na haar universitaire studies aan de Académie Royale des Beaux-Arts de Bruxelles bij o.a. Jacques Moeschal ging studeren, zegt ergens over haar werk “plutôt metonymie que métaphore”. Je merkt: ze kent de theorie. Ze weet die ook te ontwikkelen in een oeuvre. De metafoor en de metonymie zijn de twee belangrijkste vormen van beeldspraak. De metafoor is een stijlfiguur die berust op betekenisoverdracht tussen twee termen. Het is het gebruik van een woord of een beeld in de plaats van een ander op grond van betekenisovereenkomsten of -contrast. Hoewel die overeenkomst slecht op bepaalde punten geldt en op andere niet, wordt er toch gesuggereerd dat ze volledig is. Precies deze spanning is interessant. Het surrealisme bijvoorbeeld, is zeer ver gegaan in het … [Read more...]

Hilde Van Sumere (1932- )

Hilde Van Sumere studeerde aan de Brusselse academie en werd nadien assistente van beeldhouwer en architect Jacques Moeschal (1913-2004). Iedereen kent zijn werk Signaal aan het begin van de autosnelweg Brussel-Oostende, een hoge zuil met aan de top een abstracte schelpvormige sculptuur in beton die lijkt te zweven. Hij beoefende de geometrische abstractie met beelden die hij liefst in een omgeving integreerde. Eenvoud was zijn motto. Meteen was voor Hilde Van Sumere de toon gezet. Zij ontwikkelde haar eigen geometrisch abstract oeuvre: cirkel, vierkant, rechthoek, driehoek, trapezium, kubus en balk. Van een menselijke figuur is er geen spoor. De vormen zijn wat ze zijn, zonder verwijzingen. Ze worden medebepaald door een zorgvuldig uitgekozen materiaal: gepatineerd of gepolijst brons, … [Read more...]

Walter Leblanc (1932-1986)

Ook Walter Leblanc kon genieten van enige internationale belangstelling. Zo nam hij o.a. deel aan de tentoonstelling “The responsive eye” in New York (1965). In België is hij vooral bekend van zijn actieve deelname aan G58. Dit is een groep jonge kunstenaars die tussen 1958 en 1963, eerst een jaar in het Middelheimkasteel en nadien in het Hessenhuis, een zeventiende-eeuws pakhuis, in Antwerpen tentoonstellingen organiseerde. Ze hadden oog voor het internationale gebeuren. Zo bijvoorbeeld in 1959 een tentoonstelling over kinetische kunst. Het gehele oeuvre van Leblanc kan niet tot de op-art gerekend worden. Hoewel hij al van in 1951 abstracte composities maakte, bleef hij tegelijk nog een drietal jaar figuratief academisch werk schilderen. Nadien sloten zijn abstracten nauw aan bij de … [Read more...]

Jean-Paul Laenen( 1931- )

Ik heb geregeld verwezen naar het belang van het kubisme, het constructivisme en het Bauhaus voor de kunst na ’45. Een Belgische kunstenaar die hier zijn bronnen voor vernieuwing gezocht en gevonden heeft is Jean-Paul Laenen. Hij was de ontwerper van het laatste Belgische vijffrankstuk. In 1986 werd zijn ontwerp uit een dertigtal inzendingen bekroond. Het was geen muntstuk, het was een kunstwerk. Hij brak met de traditie van de numismatiek. In dit werkje vind je onmiddellijk de kern van zijn kunstenaarsschap die als volgt geformuleerd kan worden: Laenen bepaalt graag de weg die het oog van de toeschouwer moet leiden naar een andere invalshoek op de wereld. Hij is hierin geen dwingende magiër, die blikken aan zich bindt. Anders kijken is de boodschap. Niet één vastgelegde invalshoek, maar … [Read more...]

Het Bauhaus en de Arts and Crafts

Het Bauhaus De beeldspraak van het laboratorium is passend voor wat het Bauhaus in gang heeft gezet, nl. een programma om vormen en kleuren experimenteel te onderzoeken door werken te maken die meer geleken op stalen dan op eindproducten, eerder de beschrijving van processen dan het resultaat zelf. Vergeten we niet dat het gedachtegoed van het Bauhaus in de Belgische kunsthogescholen pas doorsijpelde vanaf de jaren zestig. Dit niettegenstaande dat deze meest vermaarde kunstschool van de twintigste eeuw al in 1919 gesticht werd in Weimar (Duitsland), met als eerste directeur Walter Gropius (1883-1969). Ze werd in 1933 door de nazi’s gesloten. Hiermee is ook de ideologische band duidelijk. De nazi’s aanvaardden de geest van maatschappelijke verandering, die tot de doelstelling van het … [Read more...]

Neokubisme en neoconstructivisme

De tijd heeft een grote invloed op het succes van een kunstenaar. De generatie die in de jaren dertig geboren is, heeft het niet makkelijk gehad. Niet zozeer omdat ze in trieste jaren verwekt is, maar vooral omdat ze te jong was om na WO II te kunnen profiteren van iets waarmee eigenlijk geen profijt zou mogen gemoeid zijn, nl. voordeel halen uit de vreugde na de bevrijding. De generatie die in de vrolijke jaren twintig geboren werd, had een al te braakliggend land voor zich liggen waarop ze een kunst van de vrijheid kon laten bloeien. Haar opgeklopte energie kreeg na ’45 de vrije loop. Echter zonder veel oriëntatie. Vrijheid was het abstracte begrip dat als motto diende. Wat ermee te doen, was niet evident. Het verhaal van de Jeune Peinture Belge is hiervan een goed voorbeeld. De … [Read more...]